Losse steken opruimen

Ruim losse steken op, die borduren zo bewerkelijk maken: alles met één klik, met een voorbeeld, met een masker voor gezichten en tekst, of met de hand.

Waar je het vindt
Gereedschap links → Losse steken opruimen / Rechterpaneel → Controle
Toetsenbord en speciale toetsen
Shift+C
ConfettiScope weergeven of verbergen
W]
Groter penseel (modus Penseel en masker)
S[
Kleiner penseel (modus Penseel en masker)

Basis

Losse steken (in het Engels) zijn steken die alleen staan, los van andere steken in hun kleur. Omgezette foto’s staan er vol mee. In het patroon lijkt het een onschuldige textuur, maar op de stof kan elke losse steek betekenen dat je een naald inrijgt voor één kruisje, en een patroon vol losse steken is traag en priegelig werk.

Opruimen geeft elke losse steek een kleur uit de omgeving, zodat het gebied een rustig vlak wordt dat je in reeksen kunt borduren. Van een normale kijkafstand blijft de afbeelding hetzelfde. Elke manier van opruimen kun je ongedaan maken.

Voor en na: een omgezette foto met een gespikkelde lucht, en hetzelfde patroon na Losse steken opruimen, met de lucht nu in een paar egale vlakken

Welke aanpak kies je?

Ik wil…Doe dit
Zien hoe erg het is, en waarZet ConfettiScope aan (Shift+C)
Snel het hele patroon verbeterenLosse steken opruimen in het tabblad Controle
Grondiger opruimen, of maar een deel, met een voorbeeldModus Automatisch, eventueel met een selectie
De achtergrond opruimen maar een gezicht of letters ongemoeid latenModus Automatisch met een masker
Hier en daar een paar verdwaalde steken verbeterenModus Penseel
Losse steken voorkomen nog voordat het patroon bestaatOpschonen bij het importeren van een foto

Met één klik opruimen in het tabblad Controle

De snelste manier. Het tabblad Controle in het rechterpaneel toont je FLOW Score. Houden losse steken de score omlaag, dan biedt de kaart Losse steken dit:

  • Losse steken opruimen ruimt het hele patroon op met de standaardsterkte (40%). Houd de muisaanwijzer boven de knop voordat je klikt, dan laat de score bovenaan zien wat je zou krijgen. Het is één stap om ongedaan te maken.
  • Tonen in het patroon zet ConfettiScope aan, zodat je ziet wat er opgeruimd zou worden.
  • Met de hand opruimen… opent dit gereedschap, voor een andere sterkte, een masker of het penseel.

Is er bij 40% niets meer op te ruimen, dan staat dat op de kaart. De modus Automatisch kan met een hogere sterkte nog verder gaan.

Op een tablet of telefoon tik je op Controle in de gereedschapsbalk.

De kaart Losse steken in het tabblad Controle, met de muisaanwijzer op Losse steken opruimen en bovenaan de score Na toepassen met het hogere getal

Modus Automatisch

Gebruik Automatisch als opruimen met één klik niet genoeg is, of als je het resultaat wilt zien voordat je het vastlegt. Kies Losse steken opruimen in het gereedschap links en daarna Automatisch.

  1. Versleep Sterkte. Het patroon toont meteen een voorbeeld van het resultaat.
  2. Kijk naar de regel Resultaat: hoeveel steken nu alleen staan, en hoeveel na het opruimen.
  3. Klik op Toepassen om het te houden, of op Annuleren om het patroon te laten zoals het was.

Er verandert niets tot je op Toepassen klikt. Sluit je het paneel of kies je ander gereedschap, dan verdwijnt het voorbeeld.

Automatisch ruimt het hele patroon op. Wil je maar één deel opruimen, selecteer het dan eerst en zet Bewerkingen beperken tot selectie aan in het selectiemenu.

Een sterkte kiezen: lage waarden pakken alleen steken die helemaal alleen staan. Hogere waarden voegen ook kleine groepjes samen. Dat geeft een rustiger patroon, maar kan kleine details zoals lichtpuntjes in ogen vervagen. Begin laag, bekijk het voorbeeld en verhoog stap voor stap.

De modus Automatisch met een hoge sterkte: aan de ene kant het paneel met Sterkte en de regel Resultaat, aan de andere kant het voorbeeld met een veel rustigere achtergrond

Masker tekenen

Opruimen kan het lichtpuntje in een oog of een dunne letterlijn niet onderscheiden van een verdwaalde steek. Daar is een masker voor: je schildert waar het opruimen mag werken, en al het andere blijft ongemoeid. Het hoort bij de modus Automatisch.

  1. Zet in de modus Automatisch Masker tekenen aan.
  2. Schilder over de delen die je wilt opruimen, zoals de achtergrond of de lucht. Ze kleuren rood.
  3. Bekijk het voorbeeld en klik op Toepassen. Alleen steken onder het masker veranderen.

Tijdens het schilderen wissel je met Toevoegen en Wissen tussen masker schilderen en masker weghalen, verander je met W / S de penseelgrootte (1–20 steken), en kun je het hele masker omkeren of wissen. Zet Masker weergeven uit om het patroon zonder de rode kleur te zien; het masker blijft gewoon werken. Het voorbeeld wordt bij elke streek bijgewerkt.

Meestal is het sneller om de grote delen te maskeren die je wilt opruimen dan de kleine delen die je wilt houden. Is het andersom, schilder dan de details en keer het masker om.

Masker of Details behouden. Bij het importeren van een foto is er een penseel voor hetzelfde doel, Details behouden, maar dat werkt precies andersom: daar schilder je wat het opruimen met rust moet laten, hier schilder je waar het mag werken.

Voor en na bij een dierenportret: Automatisch met een hoge sterkte zonder masker verliest de lichtpuntjes in de ogen; met de achtergrond gemaskeerd is de achtergrond opgeruimd en zijn de ogen onaangetast

Modus Penseel

Voor een paar verdwaalde steken op een plek waar je zuinig op bent. Sleep over spikkels en ze gaan meteen op in de kleuren eromheen. Er is geen voorbeeld en geen Toepassen: elke streek verandert het patroon direct en is een eigen stap om ongedaan te maken.

  • Sterkte (10–100%): laag vervangt alleen steken die helemaal alleen staan, hoger strijkt ook kleine groepjes glad. Rond 50% is een goed begin.
  • Penseelgrootte (1–20 steken): W / S of ] / [.

Penseel en Automatisch beslissen niet helemaal op dezelfde manier. Penseel gebruikt een eenvoudigere regel, dus bij dezelfde sterkte kan het steken pakken die Automatisch zou houden, vooral langs randen. Blijf met het penseel weg van contouren die scherp moeten blijven.

De modus Penseel op een gespikkeld vlak: één rustige streek en de losse steken onder het penseel krijgen de kleur eromheen

ConfettiScope

ConfettiScope laat zien waar de losse steken zitten. Druk op Shift+C, of klik op Tonen in het patroon op de kaart Losse steken in het tabblad Controle, en het patroon vervaagt zodat de probleemsteken oplichten:

KleurBetekenis
GeelHelemaal alleen, geen buursteek in dezelfde kleur
MagentaBijna alleen, één buursteek in dezelfde kleur
CyaanTwijfelgeval, een paar buren; vaak prima
Geen gloedPrima

Het laat alleen iets zien; het verandert geen steken. Het blijft aan als je ander gereedschap kiest, dus je kunt het aan laten terwijl je opruimt en de gloed zien verdwijnen. Het werkt ook bij het importeren van een foto. Voor het totaalcijfer zegt de kaart Losse steken in het tabblad Controle welk deel van je steken alleen staat.

ConfettiScope op een omgezette foto: het vervaagde patroon met gele en magenta brandpunten in de achtergrond en schone, niet-oplichtende egale vlakken

Losse steken en je FLOW Score

De F in FLOW (in het Engels) staat voor Fragmentation, versnippering: hoe gespikkeld het patroon is. Die weegt zwaar, want zelfs een paar losse steken maken het borduren al pietepeuterig, dus opruimen is vaak de snelste manier om de score te verhogen.

Als vuistregel voelt een F onder de 60 gespikkeld aan bij het borduren, en onder de 40 zijn het echt veel losse steken.

Na het opruimen tonen de FLOW-badge en het tabblad Controle de nieuwe score. In het tabblad Controle zie je hem al voordat je klikt: houd de muisaanwijzer boven Losse steken opruimen en de score toont Na toepassen met het nieuwe getal.


Hoe de nieuwe kleur wordt gekozen

Elke losse steek krijgt de kleur die er het vaakst omheen voorkomt, zijn eigen kleur niet meegerekend. Staan twee kleuren gelijk, dan wint die met het grootste vlak, zodat de steek opgaat in het gebied waar hij bij hoort.

De modus Automatisch is de zorgvuldige. Hij behoudt randen met veel contrast, zodat contouren en kleurgrenzen ook bij een hogere sterkte blijven staan, en hij vervangt nooit de ene spikkel door een nieuwe. De modus Penseel telt gewoon de buren in dezelfde kleur: sneller voor bijwerkjes, maar minder zorgvuldig bij randen.

De modus Automatisch, de knop in het tabblad Controle en Opschonen bij het importeren van een foto gebruiken allemaal dezelfde beslissing, dus 50% hier ruimt op dezelfde manier op als 50% bij het importeren.

Onder de motorkap

Herkenning: elke steek wordt vergeleken met zijn 8 buren, de diagonalen meegerekend. De modus Penseel zet het aantal buren in dezelfde kleur af tegen de sterkte. De modus Automatisch beoordeelt hoe stabiel elk gebied is, op basis van samenhang, diagonalen en contrast, zodat sterke randen ook bij een hoge sterkte blijven.

Automatisch en het importeren delen één functie. Die verdeelt gebieden in stabiele ankers en losse steken, slaat randen met veel contrast over en zet de vervangingen in zo’n volgorde dat een opnieuw gekleurde spikkel geen nieuwe spikkel achterlaat. Daarna draait hij nog een keer op zijn eigen resultaat, zodat ook spikkels worden opgeruimd die pas loskwamen toen een buur werd samengevoegd.

Sterkte van het penseel: 10–30% vervangt alleen steken zonder buur in dezelfde kleur, 40–60% ook steken die bijna alleen staan, 70–90% matig versnipperde steken, en 100% bijna alles buiten egale blokken.

Versnippering: F = 100 × e^(−isolatie% × 0,15). Bij 5% losse steken is F ≈ 47, bij 10% is F ≈ 22. Versnippering telt voor 30% mee in de FLOW Score.


Tips en valkuilen

  • Begin voorzichtig. Pas toe op 30%, kijk, maak ongedaan, probeer 50%. Meteen naar 100% kan kleine details platslaan.
  • Penseel heeft geen Toepassen. Elke streek verandert het patroon meteen, en Ongedaan maken neemt één streek terug.
  • Automatisch heeft Toepassen nodig. Sluit je het paneel of kies je ander gereedschap, dan verdwijnt het voorbeeld.
  • Het masker werkt alleen in de modus Automatisch. Het penseel verandert altijd waar je overheen sleept.
  • Controleer ogen en letters in het voorbeeld. Automatisch behoudt sterke randen, maar kleine lichtpuntjes kunnen er toch uitzien als losse steken. Maskeer eromheen.
  • Ruim op voordat je stiksteken toevoegt. Opruimen verandert alleen de kleuren van steken; stiksteken die erbovenop liggen blijven waar ze zijn, dus een contour die je rond een spikkel tekende, kan uiteindelijk niets meer omlijnen.
  • Sterkte en penseelgrootte zijn twee verschillende dingen. Sterkte is hoe grondig er wordt opgeruimd; penseelgrootte is hoeveel je in één keer bedekt.