Woordenlijst kruissteek: 210 termen, soorten steken en tabellen met stofdichtheden

Of je nu je eerste patroon ontcijfert of eindelijk wilt weten wat ‘SABLE’ op Reddit betekent: dit is de naslagpagina waar je steeds naar terugkomt.

Bij elke term lees je niet alleen wat hij betekent, maar ook waarom hij ertoe doet en wat je ermee doet. Veel termen in deze hobby zijn Engels: je komt ze tegen in Engelstalige patronen, op YouTube en in Facebookgroepen. Daarom staat de Engelse term voorop, met het Nederlandse woord erbij waar dat bestaat.

De zes steken die elk patroon gebruikt: de hele kruissteek bedekt het vakje · de halve steek is één diagonaal, voor achtergronden · de kwartsteek loopt van een hoek naar het midden · de driekwartsteek is een diagonaal plus een kwart, voor rondingen · de stiksteek volgt de rasterlijnen als contour · de Franse knoop is een verhoogd puntje. Hoe je ze allemaal borduurt: soorten kruissteken (in het Engels).

Ga naar: A · B · C · D · E · F · G · H · I · J · K · L · M · N · O · P · Q · R · S · T · U · V · W

Snel naar: Tabel met stofdichtheden · Aantal draadjes · Garenmerken vergeleken · Over 2 draden omrekenen

Op zoek naar termen voor haken of breien? Deze woordenlijst gaat over kruissteek en tapisserie. De woorden voor C2C-haken vind je in een C2C-patroon lezen, en de termen rond stekenverhouding bij breien in de stekenverhouding-calculator.


A

AB drills (AB-steentjes)

AB staat voor aurora borealis: een regenboogachtige coating over een gewone kleur steentje, overgenomen uit de kristalsieraden. AB-, crystal-, fairy-dust- en glow-steentjes zijn afwerkingen op een kleur, geen aparte kleuren, en ze hebben geen officiële DMC-nummers. → Gids over steentjes voor diamond painting

ADOT

Awaiting Delivery Of Threads: wachten op de levering van garen. De spannende periode tussen het klikken op ‘bestellen’ en de aankomst van het pakketje. Je ziet de afkorting in FlossTube-video’s over aankopen en in WIP-updates op Reddit, als iemand op één bepaalde kleur wacht om verder te kunnen.

Aida cloth (aidastof)

De populairste borduurstof voor kruissteek ter wereld, in 1907 uitgevonden door Zweigart. Bij Aida zijn telkens vier draden samengeweven tot zichtbare vierkante blokjes met duidelijke gaatjes op elke hoek, en daardoor is het de makkelijkste stof om op te tellen. De count (14, 16, 18 count; in Nederlandse winkels ook 5,4, 6,4 of 7,1 steken/cm) vertelt hoeveel steken er per inch passen: een hogere count betekent kleinere steken, fijnere details en meer tijd. → Wat betekent de count van Aida? · → Alle soorten stof vergeleken (in het Engels)

Aida band (aidaband)

Kant-en-klare stroken Aida met geweven sierranden, meestal 5 tot 10 cm (2–4 inch) breed. Bedoeld voor boekenleggers, banden om potten en randjes aan hangers: zomen of inlijsten is niet nodig.

Algerian eyelet (Algerijns oogje)

Een sierlijke steek waarbij acht of meer rechte steken vanuit één middelste gaatje uitwaaieren, zodat er een sterpatroon ontstaat met een open oogje in het midden. Werkt het best op evenweave of linnen, waar het middelste gaatje vanzelf ontstaat.

Anchor

Een groot garenmerk (gemaakt door Coats, oorspronkelijk uit Schotland, nu geproduceerd in Duitsland), anchorcrafts.com, met 446 kleuren. Anchor gebruikt een eigen nummering, volledig los van DMC, dus als je tussen de twee wisselt, heb je altijd een conversietabel nodig. Vaker te vinden in het Verenigd Koninkrijk en Europa dan in de VS. → DMC of Anchor

Assisi embroidery (Assisiwerk)

Een traditionele techniek uit het Italiaanse Assisi, waarbij je de achtergrond borduurt en het motief leeg laat. Het ontwerp verschijnt in de lege ruimte van de stof. Een prachtige omkering van de gewone logica van kruissteek, meestal met een contour in holbeinsteek (een dubbele rijgsteek die eruitziet als stiksteek).


B

Backstitch (stiksteek)

Een doorlopende contoursteek die kruissteekmotieven een scherpe omlijning geeft. Je werkt ‘achteruit’ naar het eindpunt van de vorige steek, en je borduurt hem altijd als laatste, omdat hij boven op de kruissteken ligt. De gangbare afspraak: gebruik 1 draadje voor stiksteek als je kruissteken met 2 draadjes borduurt op 14 count. Stiksteek kan onder elke hoek lopen; hij is niet gebonden aan het raster. → Gids over de stiksteek (in het Engels) · → Handleiding van het stiksteekgereedschap · → Soorten kruissteken (in het Engels)

BAP

Big A** Project (of Big Awesome Project, afhankelijk van het gezelschap): een reuzenproject. Elk patroon met een enorm aantal steken, meestal 50.000 of meer. Aan een BAP werk je vaak jaren, en het wordt een soort visitekaartje. De gemeenschap viert de voortgang met speciale FlossTube-afleveringen en ‘page parties’. → Tijdsinschattingen voor grote projecten (in het Engels)

Beading needle (kralennaald)

Een extra dunne, extra lange naald die door de gaatjes van rocailles past. Onmisbaar als je patroon kraaltjes van Mill Hill voorschrijft: die zet je met een halve steek vast met deze naald, in plaats van met een gewone stompe borduurnaald. Zie kralennaalden, crewelnaalden en andere soorten naalden.

Belfast linen (Belfast-linnen)

Het linnen van Zweigart in 32 count (12,6 draden/cm), 100% linnen, en het populairste linnen voor kruissteek. Over 2 draden geborduurd geeft het dezelfde steekgrootte als Aida 6,4 steken/cm (16 count), maar met een gladder, verfijnder uiterlijk. Ondanks dat het linnen is, is Belfast zachter dan de meeste mensen verwachten.

Bellana

Een evenweave van Zweigart in 20 count (8 draden/cm), soms verkrijgbaar met ingeweven metallic lurexdraden voor een subtiele glinstering. Door de lage count borduur je er ontspannen op: geliefd voor kerst- en trouwprojecten waar een beetje glans helpt.

Binca

Ook wel Herta genoemd. Een heel grove stof van 6 count met enorme gaten, bedoeld voor kinderen van 5 tot 7 jaar en voor slechtzienden. Je gebruikt 4 tot 6 draadjes borduurgaren. Het is de stof met zijwieltjes: niet voor gedetailleerd werk, maar perfect voor eerste projecten.

Biscornu

Een klein, gevuld, achthoekig speldenkussentje van twee geborduurde vierkantjes die verschoven aan elkaar zijn genaaid. De naam komt van het Franse woord voor ‘onregelmatig’ of ‘vreemd gevormd’. Een populair afwerkproject dat kleine patronen verandert in bruikbare 3D-voorwerpjes.

Blackwork

Een telwerktechniek met (traditioneel) zwart garen op witte of lichte stof, waarmee je geometrische vulpatronen maakt. Elk vlak wordt gevuld met een ander herhalend motief, wat een prachtige visuele structuur geeft. Modern blackwork gebruikt elke kleur en wordt vaak gecombineerd met kruissteek. → Volledige gids: blackwork (in het Engels)

Blanc

De naam van DMC voor het felwitte garen (nummer B5200 voor sneeuwwit, Blanc voor gewoon wit). Het verschil tussen Blanc en Ecru (gebroken wit, crème) is belangrijker dan de meeste beginners denken: op witte Aida verdwijnen steken in Blanc, terwijl Ecru zichtbaar contrast geeft.

Blending filament

Een ultrafijne, enkeldraadse metallic draad (Kreinik is het standaardmerk) die je samen met gewoon borduurgaren in dezelfde naald draadt. Geeft een subtiele glinstering zonder het gedoe van borduren met volledig metallic garen. Een stuk prettiger dan metallic borduurgaren. → Gids over kleuren mengen in de naald (in het Engels) · Kreinik-kleurenkaart

Bobbin (opwindkaartje)

Een klein plat kaartje (van plastic of karton) om garen op te winden en te labelen, zodat je het geordend kunt bewaren. Je windt een hele streng op een kaartje, schrijft het kleurnummer erop en zet het in een doos met vakjes. Opwinden kost tijd; sommige borduurders slaan de kaartjes helemaal over en bewaren de strengen los in gelabelde zakjes.

Bobbin box (garendoos)

Een opbergdoos met vakjes waarin opgewonden kaartjes rechtop staan, gesorteerd op nummer. DMC maakt officiële dozen, maar elke hobbydoos met tussenschotjes werkt. De echte vraag is of je een kaartjesmens bent of een zakjesmens, en daar heeft de gemeenschap uitgesproken meningen over.

Bobbin winder (opwinder)

Een klein apparaatje met een slinger of op batterijen dat garen veel sneller op kaartjes windt dan met de hand. Bespaart tijd als je met kaartjes werkt, en is volkomen overbodig als je dat niet doet.

Bolt (rol stof)

De standaardrol stof in de groothandel, meestal 90 tot 150 cm (36–60 inch) breed en verkocht per strekkende meter (in de VS per yard). Koop je stof ‘van de rol’ in een stoffenwinkel, dan knipt de verkoper je stuk van deze rol. Webwinkels verkopen voorgesneden stukken, en die zijn voor kruissteek gebruikelijker.

Burying tails (draadjes wegwerken)

De techniek waarbij je draadeinden aan de achterkant onder bestaande steken door haalt om ze vast te zetten, in plaats van knopen te gebruiken. De gangbare aanpak: schuif je naald aan de achterkant onder 4 à 5 steken door en knip het draadje kort af. Knopen geven bultjes die je aan de voorkant ziet, en ze kunnen losgaan.


C

Cashel linen (Cashel-linnen)

Het linnen van Zweigart in 28 count (11 draden/cm), 100% linnen. Over 2 draden geborduurd staat het gelijk aan Aida 5,4 steken/cm (14 count), de meest gebruikte maat voor patronen. Een logische opstap voor wie op Aida borduurt en linnen wil proberen, omdat je patronen hetzelfde eindformaat houden.

Checkerboard method (dambordmethode)

Een manier om vierkante steentjes te plaatsen bij diamond painting: vul een vlak als een dambord, eerst om het andere steentje en daarna de gaten. Dat afwisselende patroon houdt lange rijen recht en geeft het bevredigende klikje als de steentjes in elkaar vallen. → Zo doe je diamond painting

Chenille needle (chenillenaald)

Een naald met een scherpe punt en een groot oog, voor borduren op strak geweven stoffen of als je door de stof heen moet prikken (zoals door het middelste blokje van Aida voor deelsteken). Niet de gewone naald voor kruissteek: dat is een stompe borduurnaald.

Classic Colorworks

Een Amerikaans merk handgeverfd garen dat echt DMC-borduurgaren als basis gebruikt en dat oververft in unieke kleurvarianten. Ongeveer 270 actuele kleuren met een gevlamd, nostalgisch karakter dat geliefd is voor merklappen. Belangrijk: Classic Colorworks is niet kleurvast, dus wees voorzichtig bij het afwerken. → Kleurenkaart van Classic Colorworks

Colonial knot (koloniale knoop)

Een alternatief voor de Franse knoop, waarbij je de draad in een achtje om de naald slaat in plaats van in een spiraal. Veel mensen die moeite hebben met Franse knopen, vinden koloniale knopen beter onder controle te houden, en het resultaat is vrijwel hetzelfde. Je kunt ze in elk patroon met Franse knopen gewoon uitwisselen.

Color block chart (kleurenpatroon)

Een patroonvorm waarin elke steek wordt weergegeven door een gekleurd vakje in plaats van een symbool. In één oogopslag makkelijker te lezen, maar lastiger als kleuren erg op elkaar lijken. De meeste borduurders hebben liever patronen in kleur met symbool (gekleurde vakjes met een symbool erop): het beste van twee werelden. Zie een kruissteekpatroon lezen (in het Engels) voor een volledige uitleg van de soorten patronen.

Color card (kleurenkaart)

Een kaart met echte garenmonsters erop, verkocht door garenfabrikanten (DMC, Anchor, Cosmo). De enige betrouwbare manier om de kleur van garen te beoordelen, want schermen liegen. Een kleurenkaart van DMC kost in de VS zo’n 30 à 40 dollar en is elke cent waard als je regelmatig zelf paletten kiest of kleuren vervangt.

Color Variations (DMC)

De lijn van DMC met 60 gevlamde garens, waarvan de kleur om de paar centimeter verloopt binnen één draadje. Elke streng mengt 3 tot 5 verwante tinten voor een geschilderd effect, zonder van garen te wisselen. Het mooist met de Engelse methode (elk kruisje afmaken voordat je verdergaat), zodat de kleurovergangen onvoorspelbaar blijven.

Coloris (DMC)

De lijn van DMC met 24 uitgesproken, contrastrijke gevlamde garens met dramatische overgangen in strepen. Anders dan de subtiele verlopen van Color Variations zijn de wissels bij Coloris abrupt en fel: denk aan regenboog, zonsondergang of oceaan. Leuk voor randen en letters.

Congress cloth

Een fijn enkeldraads stramien (in het Engels) van 24 count (9,4 gaatjes/cm) in 100% katoen, vooral gebruikt voor tapisserie, maar soms ook voor heel fijne kruissteek en miniaturen. Een ongebruikelijke keuze, maar handig als je een uitzonderlijk gelijkmatige, stugge stof met een dicht raster nodig hebt.

Confetti (losse steken)

Verspreide losse steken in verschillende kleuren die samen geen samenhangende vormen maken: de nachtmerrie van elke borduurder. Confetti ontstaat meestal door omzetters van foto naar patroon die elke pixel los behandelen. Een paar losse steken zijn normaal; een patroon dat verdrinkt in confetti wijst op slecht omzetten of op een patronenfabriek. Dit is veruit het grootste kwaliteitsprobleem bij patronen. Bij diamond painting heeft hetzelfde woord geen negatieve klank: veel mensen genieten juist van confettivlakken, en de hobby ziet confetti als een kwestie van smaak in plaats van een fout. → Wat is confetti bij kruissteek? (in het Engels) → Losse steken opruimen in Stitchmate

Conversion chart (conversietabel)

Een tabel die garenkleuren van verschillende merken aan elkaar koppelt (DMC naar Anchor, Anchor naar Cosmo enzovoort). Belangrijk om te weten: conversies zijn altijd bij benadering, nooit exact. Donkere kleuren wijken het meest af. Meng nooit merken binnen hetzelfde kleurvlak van een project: werk elk deel af met één merk. → DMC of Anchor omzetten

Cosmo

Een Japans garenmerk van Lecien (opgericht in 1950) met 501 kleuren, iets meer dan DMC. Bekend om de uitzonderlijk gladde structuur, het zijdeachtige gevoel en de warme paars- en grijstinten die in het palet van DMC ontbreken. De gevlamde lijn ‘Seasons’ is vooral populair. In het Westen in opkomst, maar in Amerikaanse hobbywinkels nog lastig te vinden. → Garenmerken vergeleken

Couching (overvangen)

Een techniek waarbij één draad (de ‘gelegde’ draad) boven op de stof ligt, terwijl een tweede, dunnere draad hem op regelmatige afstanden met piepkleine steekjes vastzet. Gebruikt voor dikke draden, metallics of sierkoorden die te dik of te stug zijn om zelf door de stof te gaan.

Counted cross stitch (telwerk)

De standaardvorm van kruissteek, waarbij je vanaf een los telpatroon op blanco stof werkt en vakjes telt om elke steek te plaatsen. Dit bedoelen de meeste mensen als ze ‘kruissteek’ zeggen. Het alternatief is voorbedrukt kruissteekwerk, waarbij het ontwerp al op de stof staat. → Volledige gids: kruissteek borduren (in het Engels) · → Een kruissteekpatroon lezen (in het Engels) · → Zelf een telpatroon maken

Coverage (dekking)

Hoeveel stof er tussen en rond je steken zichtbaar is. Volledige dekking (geen zichtbare stof) vraagt het juiste aantal draadjes voor je stofdichtheid. Schemert de stof erdoorheen waar dat niet de bedoeling is, dan heb je waarschijnlijk meer draadjes of een andere stofdichtheid nodig. → Hoeveel kleuren voor een volledig bedekt werk?

Craftivism

Handwerk en activisme gecombineerd: kruissteek gebruiken om een sociale of politieke boodschap uit te dragen. De traditie gaat eeuwen terug (merklappen waren altijd al culturele uitspraken), maar de moderne beweging werd zichtbaar dankzij kunstenaars als het Craftivist Collective en dwarse borduurkunstenaars op Instagram.

Crewel needle (crewelnaald)

Een borduurnaald met een scherpe punt, anders dan de stompe borduurnaald voor gewone kruissteek. Je hebt een crewelnaald nodig als je borduurt op stoffen die geen evenweave zijn (zoals kleding met waste canvas) of als je door het middelste blokje van Aida prikt voor deelsteken.

Cross-country method (kleur voor kleur)

Alle steken van één kleur in een heel deel afmaken voordat je naar de volgende kleur gaat. Voor de meeste borduurders de vanzelfsprekende standaard: eenvoudig, makkelijk mee te nemen, één draad in gebruik. Het nadeel: lange draden aan de achterkant tussen steken van dezelfde kleur die ver uit elkaar liggen, en meer telfouten bij patronen met veel confetti. Zie ook: parkeren. → Hoe je werkwijze de snelheid beïnvloedt (in het Engels)

CXC

Een voordelig garenmerk uit China met kleuren die gelijkwaardig zijn aan DMC, voor een flink lagere prijs. Over de kwaliteit wordt gediscussieerd: sommige borduurders vinden het prima, anderen merken dunnere draadjes en minder constante verfpartijen. Vaak verkocht in grote sets op Amazon en AliExpress. → CXC-kleurenkaart met DMC-nummers


D

Danish method (Deense methode)

Een werkwijze waarbij je eerst een rij halve steken (////) borduurt en daarna terugkomt om de kruisjes af te maken (\\). Ongeveer 14% sneller dan de Engelse methode, met zo’n 10% minder garen en een nettere achterkant. Het best voor grote vlakken in één kleur. De meeste ervaren borduurders wisselen per vlak tussen de Deense en de Engelse methode. → Deense en Engelse methode: snelheid vergeleken (in het Engels)

Destash

Spullen uit je voorraad verkopen of weggeven (garen, stof, patronen, pakketten) om je verzameling kleiner te maken. Destash-verkopen zijn gewoon in Facebookgroepen en op bijeenkomsten van handwerkclubs. Het tegenovergestelde van SABLE-gedrag, en op de een of andere manier net zo verslavend.

Devil’s pubes

Reddit-slang voor metallic garen, als verwijzing naar de beruchte, frustrerende structuur. Heb je ooit met Kreinik of DMC Light Effects geborduurd, dan snap je het. Gebruik kortere draden (30 tot 38 cm), een garenconditioner, en laat de naald regelmatig vrij hangen zodat de draad terugdraait.

Diamant (DMC)

Het niet-splijtbare, enkeldraadse metallic garen van DMC. Eén draad is even dik als twee draadjes gewoon borduurgaren. Het komt op spoeltjes van 35 meter (38,2 yard), veel meer garen dan een gewone streng. Zachter en minder gevoelig voor knopen dan andere metallics: de aanrader voor wie een hekel heeft aan metallics.

Dithering

Een rekenmethode die kleurverschillen over naburige steken verdeelt om kleurverlopen en zachte overgangen na te bootsen (ook wel kleurmenging genoemd). Bij het omzetten van een foto naar een patroon geeft dithering een fotorealistischer beeld, maar ook verspreide steken in gemengde kleuren die lastiger te borduren zijn. De afweging tussen beeldgetrouwheid en borduurbaarheid is echt. → Dithering gebruiken bij het omzetten van een foto

DMC

Dollfus-Mieg & Compagnie

, opgericht in 1746 in het Franse Mulhouse. De wereldstandaard voor borduurgaren. De lijn Mouliné Spécial telt ongeveer 489 effen kleuren plus 18 gevlamde. De nummers van DMC lopen niet op volgorde van kleur: ze zijn in 1898 toegekend en sindsdien organisch aangevuld. Bijna elk patroon ter wereld verwijst naar kleurnummers van DMC. → DMC of Anchor: de volledige vergelijking → Bekijk alle 489 kleuren van DMC

Double cross stitch (dubbele kruissteek)

Zie Leviathan stitch / Smyrna cross.

Drill (steentje)

Het geslepen stukje kunsthars dat je bij diamond painting op het canvas plaatst; ook wel diamond, dot of gem genoemd, in het Nederlands meestal steentje. Vierkante steentjes zijn 2,5 mm (precies 4 per cm), ronde 2,8 mm. De kleuren worden aangeduid met DMC-nummers, dezelfde nummers als voor borduurgaren. Eén vakje in het patroon is één steentje, en daarom laten kruissteekpatronen zich zo goed omzetten. → Vierkante of ronde steentjes · → DMC-kleurenkaart voor steentjes

Dublin linen (Dublin-linnen)

Het linnen van Zweigart in 25 count (10 draden/cm), 100% linnen. Over 2 draden geborduurd komt het neer op 12,5 count (4,9 steken/cm): er is geen Aida die precies overeenkomt, en daardoor geeft het een iets grotere, losser ogende steek dan 14 count. Populair voor merklappen en ontwerpen in primitieve stijl, waar je zichtbare structuur wilt.

Dye lot (verfpartij)

Een partij garen die tegelijk is geverfd. Zelfs bij hetzelfde kleurnummer kunnen verfpartijen iets van elkaar verschillen. Koop voor grote projecten alle strengen die je nodig hebt in één keer, uit dezelfde partij. Moet je toch partijen mengen, wissel dan per rij van streng, zodat eventuele verschillen onzichtbaar in elkaar overlopen.


E

Easy Count Aida

Aida met om de 10 steken ingeweven of gedrukte rasterlijnen die er in warm water (40 °C) uit wassen. Bespaart tijd bij het verdelen van je stof, maar er is een nuance die de meeste mensen missen: de lijnen nemen steekruimte in in plaats van tussen de steken door te lopen, en dat kan je tellen in de war brengen als je verwacht dat ze precies samenvallen met de rasterlijnen van het patroon.

Ecru

Een gebroken witte of crèmekleurige tint van garen en stof. Ecru van DMC is warmer en geler dan Blanc (wit). Op crème of naturelkleurige Aida valt Ecru weg in de stof, terwijl Blanc eruit springt. Kies je verkeerd, dan kan een ontwerp er flets of juist schreeuwerig uitzien. Kijk dus altijd welke van de twee je patroon voorschrijft.

Edinburgh linen (Edinburgh-linnen)

Het linnen van Zweigart in 36 count (14,2 draden/cm), 100% linnen. Over 2 draden geborduurd staat het gelijk aan Aida 7,1 steken/cm (18 count): fijn, gedetailleerd werk. Een prachtige stof voor ingewikkelde ontwerpen, maar zwaar voor de ogen. Goed licht en een vergrootglas worden op deze stofdichtheid onmisbaar.

Embroidery hoop (borduurring)

Een rond raam (van hout, plastic of metaal) dat de stof strak houdt terwijl je borduurt. Goedkoop, makkelijk mee te nemen en geschikt voor beginners, maar hij kan tijdens het borduren losser gaan zitten, afdrukken op de stof achterlaten en afgemaakte steken platdrukken als je hem verplaatst. Wikkel de binnenring in met biaisband om afdrukken te voorkomen.

Embroidery scissors (borduurschaar)

Een kleine, puntige schaar (8 tot 10 cm) om draad precies en dicht bij de stof te knippen. De variant met gebogen punt is vooral handig bij het uithalen. Houd hem scherp en gebruik hem alleen voor garen: papier of plakband knippen maakt hem snel bot.

Enabling

Een term uit de gemeenschap voor als de ene borduurder de andere aanzet om iets te kopen: een patroon, garen, stof of een hulpmiddel. ‘Zij heeft me die HAED aangepraat’ is een compliment. Aankoopvideo’s op FlossTube zijn de belangrijkste bron van enabling. Een gekoesterd onderdeel van de handwerkcultuur.

English method (Engelse methode)

Elke kruissteek helemaal afmaken (beide beentjes van de X) voordat je naar de volgende steek gaat. Geeft meer controle over de plaats van elke steek, en is onmisbaar voor gevlamd garen en losse steken. Langzamer dan de Deense methode, maar beter voor verspreide kleuren en losse steekjes. → Borduursnelheid vergeleken (in het Engels)

Etoile (DMC)

De glinsterlijn van DMC: 73% katoen, 27% lurex. Verkrijgbaar in 35 kleuren die overeenkomen met populaire DMC-nummers (met de letter ‘C’ ervoor). Geeft een ingeweven glans en blijft zacht en goed te hanteren: een stuk prettiger borduren dan met echte metallics. Kleurvast en wasbaar in de machine.

Evenweave

Officieel elke stof met evenveel draden in schering en inslag, maar in de praktijk bedoelt de gemeenschap met ‘evenweave’ stoffen met enkele draden (in tegenstelling tot de samengevoegde blokjes van Aida). Het oppervlak is gladder, het raster minder zichtbaar, en deelsteken gaan moeiteloos, omdat er tussen de draden een natuurlijk middelste gaatje zit. De gangbare werkwijze: borduur over 2 draden, zodat evenweave van 28 count (11 draden/cm) gelijkstaat aan Aida 5,4 steken/cm (14 count). → Aida, evenweave en linnen vergeleken (in het Engels) · → Alles over evenweave


F

Fabric count (stofdichtheid)

Het aantal steken (vakjes bij Aida, draden bij evenweave en linnen) per inch, in Nederlandse winkels vaak per centimeter. Een hogere count betekent kleinere steken, fijnere details en meer tijd. 14 count (5,4 steken/cm) is wereldwijd de standaard. Een cruciaal onderscheid dat de meeste woordenlijsten verkeerd hebben: count betekent steken per inch, geen gaatjes. Aida van 14 count heeft 14 vakjes, maar 15 gaatjes per inch. → Wat betekent de count van Aida? · → Soorten stof vergeleken (in het Engels)

FAD

Fun And Done: leuk en klaar. Een klein, snel project, het tegenovergestelde van een BAP. Meestal af in een weekend of een paar sessies. FAD’s zijn populair als tussendoortje tussen grote projecten, of als cadeau met een krappe deadline.

FFO

Fully Finished Object: een volledig afgewerkt werk. Niet alleen geborduurd, maar ook ingelijst, opgespannen, tot kussen genaaid of op een andere manier verder afgemaakt dan met de naald alleen. Het verschil met een FO is belangrijk, want afwerken (inlijsten, opspannen, naaien) is een aparte vaardigheid waar veel borduurders tegen opzien. Een FFO is de hele reis, voltooid.

Floss (borduurgaren)

Zie stranded cotton.

Floss drops

Kleine opwindkaartjes in de vorm van een label (vaak van acryl of hout, decoratief) om garen op te winden en te ordenen. Een stijlvol alternatief voor de gewone plastic kaartjes, populair in voorraadrondleidingen op FlossTube. Ze zien er mooier uit, maar er past minder garen op.

Floss rings (garenringen)

Ringen van metaal of plastic om voorgeknipte draden voor een bepaald project te ordenen. Je labelt elke lus met het kleurnummer en trekt er draadjes uit als je ze nodig hebt. Vooral praktisch bij pakketten en als je onderweg borduurt.

FlossCross

Een gratis online patroonviewer en omzetter op flosscross.com. Basisfuncties om .xsd-bestanden te bekijken en eenvoudige afbeeldingen om te zetten. Beperkt vergeleken met echte editors, maar handig om snel iets te bekijken. → FlossCross besproken

FlossTube

De kruissteekgemeenschap op YouTube. Makers plaatsen genummerde afleveringen met WIP-updates, het uitpakken van aankopen, afgemaakte werken, rondleidingen langs hun voorraad en uitleg. Er zijn meer dan 500 kanalen in kaart gebracht. FlossTube is het moderne handwerkonderwijs geworden: veel borduurders zeggen dat ze alles wat ze weten van video’s hebben geleerd in plaats van van een docent.

FO

Finished Object: een afgemaakt werk. Het borduren is klaar: alle kruisjes, stiksteken, Franse knopen en kraaltjes zitten erin. Maar het is nog niet ingelijst, opgespannen of op een andere manier ‘afgewerkt’ tot eindproduct. Zie FFO voor de volledig afgewerkte versie.

Floor stand (vloerstandaard)

Een vrijstaande houder die je borduurring, Q-Snap of rolraam op werkhoogte vasthoudt, zodat je beide handen vrij hebt om te borduren. Maakt de snellere techniek met twee handen mogelijk (één hand boven de stof, één eronder). Onmisbaar voor wie last heeft van artrose of vermoeidheid. De Lowery-standaard is de topkeuze in de gemeenschap.

Forgotten Stash (FS)

Spullen die je hebt gekocht en daarna helemaal bent vergeten: vergeten voorraad, teruggevonden tijdens het opruimen of een verhuizing. De blije verrassing van FS vinden is een van de kleine geneugten van de hobby. Verwant aan, maar anders dan SINS (Stuff I’ll Never Stitch).

Fractional backstitch (gedeeltelijke stiksteek)

Een stiksteek die maar een deel van een vakje beslaat: een half vakje of een diagonaal binnen één vakje. Gebruikt voor fijn detailwerk waar een volledige stiksteek (in het Engels) te zwaar zou zijn. Niet elk patroon gebruikt ze, maar je komt ze tegen in gedetailleerde portretten en landschappen.

French knot (Franse knoop)

Een klein verhoogd puntje dat ontstaat als je de draad om de naald slaat en de naald vlak ernaast weer door de stof trekt. Berucht frustrerend voor beginners. De twee meest gemaakte fouten: te vaak om de naald slaan (twee keer is standaard) en de naald terugsteken in hetzelfde gaatje (steek naast het oorspronkelijke gaatje in, niet erin). Een milliner-naald helpt, omdat de gelijkmatige schacht de slagen niet verstoort. → Soorten kruissteken (in het Engels)

Frog Fairy

Het mythische wezen dat verantwoordelijk is voor borduurfouten. Ontdek je een fout een paar rijen terug, dan is de Frog Fairy langs geweest. Een luchtige manier om om te gaan met de frustratie van moeten uithalen.

Frogging (uithalen)

Steken uithalen om een fout te herstellen. De Engelse naam komt van ‘rip it, rip it’, dat klinkt als het ‘ribbit’ van een kikker (frog). Gebruik aan de voorkant een scherpe schaar met gebogen punt, een fijn pincet voor de restjes en een tandenborstel voor achtergebleven pluisjes. De belangrijkste tip: stop even en vraag je af of je echt moet uithalen. Kleine afwijkingen ziet vaak niemand behalve jij. → Fouten in kruissteek herstellen

Full coverage (volledig bedekt)

Een patroon waarin elk vakje van de stof wordt geborduurd, zodat er geen achtergrondstof doorheen schemert. Eén vierkante inch Aida van 14 count bevat 196 steken (14 × 14), ongeveer 30 per cm². Volledig bedekte projecten zijn prachtig, maar duren veel langer: denk aan honderden tot duizenden uren voor grote ontwerpen. → Aantal kleuren voor een volledig bedekt werk

Full drill (volledig beplakt)

Een canvas voor diamond painting dat van rand tot rand met steentjes is bedekt, in tegenstelling tot gedeeltelijk beplakt (partial drill), waarbij alleen het motief steentjes krijgt op een bedrukte achtergrond. Volledig beplakt is de standaard voor foto’s, en dat maakt Stitchmate. → Wat is diamond painting?


G

The Gentle Art

Een Amerikaans merk handgeverfd garen uit Ohio, met meer dan 200 kleuren in twee lijnen: Sampler Threads (sterker gevlamd) en Simply Shaker (gedempter). Anders dan Classic Colorworks zijn de garens van The Gentle Art kleurvast, een belangrijk verschil als je handgeverfd garen kiest. → Kleurenkaart van The Gentle Art

Gridding (stof verdelen in vakken)

Je stof markeren met een raster van 10 × 10 dat overeenkomt met de lijnen van het patroon, zodat een ontmoedigende lege vlakte verandert in overzichtelijke stukken. Vislijn of Easy Count Guideline (nylondraad) werkt het best: je prikt er niet per ongeluk doorheen en het laat zich netjes uittrekken. Wateroplosbare stiften werken, maar kunnen vlekken geven als je ze te lang laat zitten. Frixion-pennen hebben een serieus addertje: de met warmte uitgewiste lijnen kunnen bij kou weer verschijnen.

Grime guard (vuilbeschermer)

Een stoffen hoes om de buitenring van je borduurring of Q-Snap die je borduurwerk beschermt tegen huidvet en vuil van je handen. Vooral handig bij grote projecten waar je lang mee bezig bent en waarbij je steeds de rand van het raam vastpakt. Verkrijgbaar in eindeloos veel decoratieve stoffen: weer iets om te verzamelen.


H

HAED

Heaven and Earth Designs

. Een patronenbedrijf dat gespecialiseerd is in enorme, volledig bedekte patronen, meestal 150.000 tot meer dan 500.000 steken in 80 tot 90 kleuren of meer. ‘HAED’ is in de gemeenschap een verzamelnaam geworden voor elk gigantisch, ambitieus project. Je bent er jaren mee bezig, en het is een echte verbintenis. Patronen van HAED gebruiken alleen hele kruissteken: geen stiksteek, Franse knopen of deelsteken. → Tijdsinschattingen voor projecten op HAED-formaat (in het Engels)

Half stitch (halve steek)

Eén schuin beentje van een kruissteek, zonder de terugslag. Geeft een transparant, lichter effect omdat de stof erdoorheen schemert. Gebruikt voor achtergronden, schaduw en om delen naar achteren te laten wijken. Technisch hetzelfde als een tent stitch (halve kruissteek) bij tapisserie. → Soorten steken in de editor · → Soorten kruissteken (in het Engels)

Hand-dyed thread (handgeverfd garen)

Garen dat stuk voor stuk is geverfd door kleine makers (Weeks Dye Works, Classic Colorworks, The Gentle Art en anderen), met unieke gevlamde kleurvarianten waarbij elke streng net iets anders is. Geliefd voor merklappen en ontwerpen in primitieve stijl. Heb je meer dan één streng van dezelfde kleur nodig, koop ze dan allemaal tegelijk en wissel tussen de strengen om de verschillen te laten opgaan. → Gids over handgeverfd garen (in het Engels)

Happy dance

Het feestje als je een pagina, een deel of een heel project af hebt, vaak gedeeld als foto of video op sociale media. Page parties (het vieren van een volledig afgemaakte patroonpagina) zijn een bijzondere vorm van happy dance die vooral populair is in de HAED-gemeenschap.

Hardanger fabric (hardangerstof)

Een stof van 22 count, 100% katoen, met de draden in paren geweven. Oorspronkelijk bedoeld voor Noors hardangerwerk (een telwerktechniek met knip- en trekwerk). Voordat Aida werd uitgevonden, was dit de meest gebruikte stof voor kruissteek. Nog steeds in gebruik voor fijne kruissteek en hardangerprojecten.

Haul

Een aankoop van borduurspullen, en het genre FlossTube-video’s waarin je ze laat zien. Hauls van patronen, garen, stof en needle minders zijn vaste kost. Hauls zijn het belangrijkste vervoermiddel voor ‘enabling’.

Herringbone stitch (visgraatsteek)

Een sierlijke steek met een gevlochten, zigzaggend effect. Gekruiste steken overlappen in afwisselende richtingen, zodat er een band met structuur ontstaat. Gebruikt als rand, opvulling of los decoratief element. Werkt het best met meerdere draadjes, zodat de structuur zichtbaar wordt.

Hoop butt (ringafdruk)

De deuk of afdruk die de binnenring van een borduurring in de stof achterlaat. Op Aida meestal tijdelijk (hij verdwijnt bij het wassen), maar op teer materiaal kan hij blijvend zijn. Voorkom hem met een grime guard, door de binnenring in te wikkelen met biaisband of door de stof tussen sessies uit de ring te halen.

IHSW

International Hermit and Stitch Weekend: het internationale kluizenaars- en borduurweekend. Het derde weekend van elke maand, waarin borduurders over de hele wereld zich voornemen thuis te blijven en zoveel mogelijk te borduren, en hun voortgang delen op sociale media. Een geliefde traditie in de gemeenschap.


I

In the hand (uit de hand)

Borduren zonder raam, ring of standaard: je houdt de stof gewoon in je hand. Sommige ervaren borduurders hebben liever die snelheid en vrijheid, al kan je spanning er ongelijk van worden. Werkt beter op stuggere stoffen zoals Aida dan op zachte evenweave of linnen.


J

Jobelan

Een evenweave van Wichelt Imports van 51% katoen en 49% modal (rayon van beukenhout). Verkrijgbaar in 20, 25, 28 en 32 count. Lijkt sterk op Lugana, maar kreukt nog minder en heeft een subtiele glans door de modalvezel. Nog een uitstekende keuze voor wie de stap maakt van Aida naar evenweave.


K

KG Chart

Een programma voor Windows om patronen te ontwerpen, van Ikuta Software (iktsoft.net), al sinds 2000 op de markt. Een capabel programma om eigen ontwerpen vanaf nul te maken, met deelsteken, Franse knopen en hardangersteken. De gratis LE-versie is stopgezet, en de ontwikkelaar noemt de betaalde Pro-versie nu een verouderd product: er worden geen nieuwe licenties meer verkocht en kopers worden doorverwezen naar de opvolger voor meerdere platforms, StitchSketchEx. Wie het al heeft, kan het blijven gebruiken (versie 1.42.8 verscheen in april 2026). Zie onze vergelijking van Stitchmate en KG-Chart. → Kruissteekprogramma’s besproken

Kit (borduurpakket)

Een kant-en-klaar kruissteekproject met alles wat je nodig hebt: stof, garen (voorgesorteerd), naald, patroon en uitleg. Een pakket neemt je alle keuzes uit handen en is ideaal voor beginners of als cadeau. Populaire merken zijn onder meer Dimensions, Riolis en Lanarte.

Kitting up (je pakket samenstellen)

De materialen voor een project bij elkaar zoeken aan de hand van de legenda van een patroon: bij diamond painting losse steentjes bestellen op DMC-nummer en aantal, bij tapisserie de wol voor een stramien bij elkaar zoeken. De legenda met steentjes is meteen je boodschappenlijst.

Knit Companion

Een mobiele app van knitcompanion.com, vooral bedoeld om breipatronen bij te houden, die sommige kruissteekborduurders gebruiken om door een patroon te navigeren. De app markeert je huidige rij en laat je afgemaakte delen aanvinken. Niet speciaal voor kruissteek, maar bruikbaar om een patroon eenvoudig te volgen. → Kruissteekprogramma’s besproken

Kreinik

Het standaardmerk voor metallic garen, van kreinik.com, oorspronkelijk verkocht als ‘Balger’ (oude patronen die Balger noemen, bedoelen Kreinik). Meer dan 200 kleuren in verschillende diktes. Voor kruissteek is Very Fine #4 Braid de vaste keuze op stof van 14 tot 18 count. Gebruik kortere draden, splits de braids niet, en laat de naald vaak vrij hangen zodat de draad terugdraait.


L

Lacing (inrijgen)

Een afwerktechniek om een afgemaakt kruissteekwerk in een lijst te zetten. De stof wordt over een stevige plaat gespannen en de randen worden aan de achterkant met stevig garen in een zigzag aan elkaar geregen, zodat de spanning gelijkmatig is. Het alternatief voor plakband of lijm, en de methode die professionele lijstenmakers verkiezen.

Lap stand (schootstandaard)

Een houder die op je schoot of tussen je benen rust terwijl je zit, en die je borduurring of Q-Snap ondersteunt zonder voet op de vloer. Makkelijker mee te nemen dan een vloerstandaard, en je hebt nog steeds beide handen vrij.

Laying tool (draadlegger)

Een dun staafje (van metaal, hout of plastic) waarmee je de draadjes tijdens het borduren plat en naast elkaar op de stof legt, vergelijkbaar met railroading maar met een echt hulpmiddel. Geeft nog vlakkere steken. Vooral gebruikt bij zijde en wedstrijdborduurwerk.

Lazy daisy (losse kettingsteek)

Een losse kettingsteek in de vorm van een bloemblaadje of blad. Eén lusje wordt aan de punt vastgezet met een piepklein steekje. Gebruikt voor bloemblaadjes, blaadjes en kleine decoratieve accenten in patronen die kruissteek combineren met vrij borduren.

Leviathan stitch

Ook wel Smyrna cross of dubbele kruissteek genoemd. Een gewone kruissteek (X) met daarbovenop een rechtopstaand plusteken (+), zodat er een verhoogd bolletje met structuur ontstaat. Genoemd naar het oude Smyrna (het huidige Izmir in Turkije). Werkt het best over 4 of meer draden van de stof; over 2 draden zie je de afzonderlijke delen niet.

Light Effects (DMC)

De lijn van DMC met zesdraads metallic borduurgaren van polyester. 36 kleuren, waaronder varianten die in het donker oplichten. Splijtbaar (anders dan de braids van Kreinik), maar berucht lastig: meer knopen, rafelen en algemene frustratie dan bij de meeste speciale garens. Gebruik korte draden, een garenconditioner en geduld.

Light pad / light box (lichtplaat)

Een dun, verlicht paneel dat je achter donkere stof legt, zodat de gaatjes en rasterlijnen zichtbaar worden. Onmisbaar als je borduurt op zwarte of marineblauwe Aida of linnen, waar je de gaatjes anders bijna niet ziet. Kies een ledpaneel met instelbare helderheid.

Linen (linnen)

Stof van vlasvezels, een van de oudste textielsoorten ter wereld. Het kenmerk van linnen is natuurlijke onregelmatigheid: de draden verschillen in dikte, met verdikkingen (Engels: ‘slubs’) die beginners eerst afschrikken, maar die onzichtbaar worden als je over 2 draden borduurt. Geliefd om de natuurlijke glans, de prachtige val en het nostalgische karakter. Zweigart vernoemt zijn linnen naar steden: Dublin (25 count), Cashel (28 count), Belfast (32 count), Edinburgh (36 count), Newcastle (40 count). → Linnen, evenweave en Aida vergeleken (in het Engels) · → Merken evenweave en linnen vergeleken

LNS

Local Needlework Shop: de handwerkwinkel om de hoek. Een zelfstandige speciaalzaak (in tegenstelling tot grote ketens zoals Michaels of JOANN in de VS). Zulke winkels hebben meestal een ruimere keuze aan bijzondere stoffen, handgeverfd garen en pakketten, en organiseren lessen en bijeenkomsten. De moeite waard om te steunen als er een bij je in de buurt zit.

Long stitch (spansteek)

Een rechte steek over meerdere gaatjes van de stof, in elke richting, voor details zoals snorharen van dieren, bloemstelen of accenten in letters. Geen kruisje, gewoon één rechte lijn. Hoe lang hij kan worden voordat hij gaat hangen, hangt af van je stof en de manier van inlijsten.

Loop start (lusstart)

De favoriete methode in de gemeenschap om een draad vast te zetten zonder knoop. Knip één draadje van dubbele lengte, vouw het dubbel, haal de twee geknipte uiteinden door het oog van de naald, maak de eerste halve steek en haal de naald aan de achterkant door de lus. Geeft een volkomen vlak beginpunt. De enige beperking: het werkt alleen met een even aantal draadjes (2, 4, 6).

Lugana

De bekendste evenweave van Zweigart, van 52% katoen en 48% viscose. Verkrijgbaar in 20, 25, 28, 32 en 36 count, in een enorm aantal kleuren. Een zachte val, een luxe gevoel, en de populairste evenweave voor wie de stap maakt van Aida. De versie van 28 count, over 2 draden geborduurd, staat gelijk aan Aida 5,4 steken/cm (14 count). → Lugana en andere merken evenweave vergeleken


M

Madeira

Een Duits garenmerk (madeira.com) met zo’n 380 kleuren en een opvallend kenmerk: strengen van 10 meter (11 yard, 25% meer garen per streng dan de 8 meter van DMC). De lijn Stick Twist gebruikt een slimme spiraalverpakking waaruit het garen komt zonder in de knoop te raken. Ongeveer even duur als DMC. → Garenmerken vergeleken · Kleurenkaart van Madeira

Magnifier (vergrootglas)

Een vergrootglas dat je handen vrijlaat (met een klem, op een standaard of als hoofdband) en de stof vergroot, zodat tellen en borduren makkelijker gaan. Wordt steeds onmisbaarder naarmate de stofdichtheid hoger wordt. Veel borduurders boven de 40 merken dat een vergrootglas hun plezier in stoffen van 18 count en fijner helemaal terugbrengt.

Markup R-XP

Een app om kruissteekpatronen te lezen (Android en iOS) van markuprxp.com, die digitale patronen op een tablet toont, met functies als markeren, inzoomen en voortgang bijhouden. Een alternatief voor Pattern Keeper, met andere sterke punten in de weergave van patronen. → Markup R-XP besproken

MCBAP

Massively Complicated BAP: een reuzenproject dat niet alleen groot is, maar ook technisch veeleisend. Veel confetti, veel kleuren, deelsteken, speciale garens en stiksteken, bovenop een enorm aantal steken. De ultieme uitdaging in kruissteek.

Messy back vs neat back (rommelige of nette achterkant)

Het eeuwige (vriendelijke) debat over de vraag of de achterkant van je kruissteekwerk netjes moet zijn. Wie voor een nette achterkant is, streeft naar evenwijdige steken zonder doorlopende draden; wie een rommelige achterkant verdedigt, zegt dat niemand de achterkant ooit ziet en dat netheid de duurzaamheid niet beïnvloedt. De praktische waarheid: een extreem rommelige achterkant kan bultjes garen geven die je aan de voorkant ziet, maar streven naar een perfecte achterkant kost flink wat extra tijd.

Metallic thread (metallic garen)

Elk garen met metaal of vezels met een metaaleffect: de braids van Kreinik, DMC Light Effects, DMC Diamant, blending filaments en meer. Als groep zijn metallics de lastigste garens om mee te werken: ze rafelen, raken in de knoop en splijten. Gebruik korte draden (30 tot 38 cm), een garenconditioner, en verwacht geen keurige achterkant. → Tips en merken voor metallic garen (in het Engels)

Mill Hill beads (kraaltjes van Mill Hill)

Japanse glazen rocailles in talloze kleuren en afwerkingen, het standaardmerk om kruissteekwerk met kraaltjes te verfraaien. Je zet ze vast met een halve steek en een kralennaald. Een vast onderdeel van de populaire seizoenspakketten Buttons & Beads van Mill Hill op geperforeerd papier.

Monaco

Een evenweave van 28 count, 100% katoen, van Charles Craft (nu DMC). Gemaakt in de VS en tot 33% zwaarder dan geïmporteerde stoffen. Door die extra stugheid kunnen sommige borduurders er zonder ring op werken, wat ongebruikelijk is voor evenweave.

Motif (motief)

Eén op zichzelf staand onderdeel van een ontwerp binnen een patroon: één bloem, één letter, één herhaling van een rand. Patronen bestaan vaak uit meerdere motieven die samen zijn gecomponeerd. Een motief kan ook los dienen als klein, snel project.

MSAL

Mystery Stitch-A-Long: een SAL waarbij het patroon in delen wordt vrijgegeven, zodat je het uiteindelijke ontwerp pas kent als het af is. Ontwerpers geven elke week of maand een nieuw deel vrij, wat spanning en betrokkenheid in de groep opbouwt.

Murano

Een evenweave van Zweigart in 32 count (12,6 draden/cm). Over 2 draden geborduurd staat het gelijk aan Aida 6,4 steken/cm (16 count). Een goede middenweg voor wie fijnere details wil dan 14 count, zonder meteen naar 18 count te gaan.


N

Nashville Needlework Market

De grootste jaarlijkse vakbeurs voor handwerk in de VS, georganiseerd door TNNA en elk jaar in februari of maart gehouden in Nashville. Nieuwe patronen, stoffen en hulpmiddelen zorgen voor enorme opwinding in de gemeenschap. FlossTubers gaan erheen en delen hun ‘Nashville-hauls’: het grootste enabling-moment van het jaar.

Needle minder (naaldmagneet)

Een decoratieve magnetische houder die je naald aan je stof vasthoudt als je niet borduurt. Twee kleine neodymiummagneten klemmen de stof tussen zich in, met het decoratieve deel bovenop. Er is een hele verzamelcultuur omheen ontstaan: Etsy telt duizenden handgemaakte ontwerpen, en borduurders tonen hun verzameling op metalen borden. Houd ze uit de buurt van pacemakers en bankpassen.

Needle threader (draadinsteker)

Een klein hulpmiddel met een dun draadlusje dat je door het oog van de naald steekt, waarna je het garen erin haakt en terugtrekt. Erg handig bij fijne naalden en ogen die ouder worden. De goedkope exemplaren van gestanst metaal breken snel: investeer in een stevige.

NESTY

Not Even Started Yet: nog niet eens begonnen. Een patroon dat je hebt, maar waar je nog niet aan bent begonnen; het bestaat alleen in je voorraad en je fantasie. Elke borduurder heeft NESTY’s. De kloof tussen patronen kopen en eraan beginnen is een wezenlijk onderdeel van de hobby.

Newcastle linen (Newcastle-linnen)

Het linnen van Zweigart in 40 count (15,7 draden/cm), 100% linnen. Over 2 draden geborduurd staat het gelijk aan 20 count (8 steken/cm): ultrafijn werk op miniatuurschaal, alleen voor experts. Op deze stofdichtheid wordt een gewoon patroon piepklein en ongelooflijk gedetailleerd. Niets voor angsthazen, of voor wie zonder vergrootglas werkt.

NIP

New In Package: nieuw in de verpakking. Geeft aan dat spullen (meestal pakketten of patronen) nog verzegeld in de oorspronkelijke verpakking zitten, wat belangrijk is voor de doorverkoopwaarde bij een destash of als je tweedehands koopt.


O

Olympus

Een Japans garenmerk met borduurgaren van hoge kwaliteit. Buiten Japan minder makkelijk te krijgen, maar gezocht om bepaalde kleurvarianten en omdat het zo soepel borduurt. Hoort, net als Cosmo, bij de bredere Japanse traditie van hobbymaterialen.

ONS

Online Needlework Store: de webwinkel voor handwerk. De internetversie van een LNS, gespecialiseerde handwerkwinkels die online verkopen. Winkels als 123stitch.com, Nordic Needle en Stitched Modern vullen het gat voor wie geen LNS in de buurt heeft.

OOAK

One Of A Kind: uniek. Een uniek, niet te herhalen exemplaar, meestal handgeverfde stof of garen waarbij geen twee stukken hetzelfde zijn. Een verkoopargument voor ambachtelijke makers zoals Picture This Plus en Forbidden Fiber Co.

OOP

Out Of Print: niet meer leverbaar. Een patroon, pakket of telpatroon dat niet meer wordt gemaakt. OOP-spullen kunnen tweedehands flink wat opbrengen, vooral van geliefde ontwerpers die gestopt zijn. Kijk op eBay, in destash-groepen op Facebook en bij vintage op Etsy.

ORT

Old Ratty Threads: oude rafelige draadjes (de afkorting is eigenlijk achteraf bedacht; het woord komt uit het Middelnederduits en betekent ‘etensresten’). De piepkleine restjes garen die overblijven als je draadeinden afknipt. Veel borduurders verzamelen ORT’s in decoratieve glazen potten, een traditie die afval verandert in een kleurrijk verslag van je borduurjaar.

ORTament

Een doorzichtige kerstbal gevuld met de ORT’s van een heel jaar, een kleurrijk aandenken met het jaartal erop. Een charmante jaarlijkse traditie. Eén belangrijke kanttekening: het oude advies om ORT’s buiten te leggen zodat vogels er hun nest mee kunnen bouwen, wordt nu afgeraden door de Audubon Society, want garen kan jonge vogels verstrikken.

Over one (over 1 draad)

Borduren waarbij elk kruisje in beide richtingen één draad van de stof beslaat. Gebruikt op evenweave en linnen met een hoge count voor extreem fijne details, of op Aida bij de gewone stofdichtheid. Borduren op Aida is van zichzelf al ‘over 1’.

Over two (over 2 draden)

Borduren waarbij elk kruisje in beide richtingen twee draden van de stof beslaat. De standaardmethode voor evenweave en linnen. Daarom geeft evenweave van 28 count hetzelfde eindformaat als Aida van 14 count: je borduurt in feite 14 steken per inch (5,4 per cm).

Overdyed thread (overgeverfd garen)

Garen dat na elkaar in meerdere kleuren is geverfd, zodat de tinten langs de draad verschuiven. Weeks Dye Works en Classic Colorworks zijn de bekendste merken. Het effect is subtiel: anders dan de uitgesproken kleurwissels van gevlamd garen geeft overgeverfd garen een zachte, verouderde uitstraling.


P

Page party

Het vieren van een helemaal afgemaakte pagina van een patroon dat uit meerdere pagina’s bestaat. Bij BAP’s en HAED’s die tientallen patroonpagina’s beslaan, is elke afgemaakte pagina een echte mijlpaal, goed voor een foto, een bericht op sociale media of een stukje op FlossTube.

Parking method (parkeermethode)

Een werkwijze waarbij je naalden met garen in de stof laat ‘parkeren’ op de volgende plek waar elke kleur terugkomt, in plaats van af te hechten en opnieuw te beginnen. De meeste parkeerders werken in blokken van 10 × 10 steken (in het Engels). Voorkomt overgeslagen steken en vermindert garenverspilling, maar je hebt veel bungelende draden en het leren kost meer moeite. Onmisbaar voor volledig bedekte patronen met veel confetti, zoals die van HAED. → Hoe parkeren de borduursnelheid beïnvloedt (in het Engels)

Partial coverage (gedeeltelijk bedekt)

Een patroon waarbij alleen de onderdelen van het ontwerp worden geborduurd en de achtergrondstof zichtbaar blijft. De traditionele uitstraling van kruissteek, en veel sneller dan volledig bedekt. Gedeeltelijk bedekte ontwerpen zijn nu goed voor ongeveer 77% van de bestsellers op Etsy.

Pattern Keeper

Een mobiele app (alleen Android) van patternkeeper.app die kruissteekpatronen in PDF omzet naar interactieve digitale patronen, met functies als kleuren markeren, voortgang bijhouden en automatisch symbolen herkennen. De borduurapp heeft fundamenteel veranderd hoe veel borduurders patronen volgen. Een PDF-opmaak die met Pattern Keeper werkt, wordt steeds belangrijker voor wie patronen verkoopt. → Wat maakt een goede patroon-PDF → Exports die compatibel zijn met Pattern Keeper → Pattern Keeper tegenover de voortgangstracker van Stitchmate in de browser → Kruissteekprogramma’s besproken

Pattern mill (patronenfabriek)

Een geringschattende term voor verkopers die massaal automatisch omgezette patronen produceren zonder ze met de hand bij te werken, en die ze goedkoop en in enorme aantallen verkopen op Etsy en Amazon, vaak met auteursrechtelijk beschermde afbeeldingen. Waarschuwingssignalen: duizenden producten per winkel, geen foto’s van echt geborduurde voorbeelden, extreem lage prijzen (1 à 3 dollar), buitensporig veel kleuren (90 tot 120 of meer) en patronen die verdrinken in confetti. De belangrijkste aanhoudende controverse in de gemeenschap. → Waarom patronenfabrieken confetti opleveren (in het Engels)

PCStitch

Een programma voor Windows om patronen te bewerken, van pcstitch.com, dat decennialang marktleider was. Capabel maar gedateerd: de interface is in jaren niet wezenlijk veranderd. Nog steeds veel gebruikt door verkopers van patronen, maar het gebrek aan moderne gebruiksvriendelijkheid heeft ruimte gemaakt voor alternatieven in de browser. → PCStitch besproken

Pearl cotton (perlé)

Een niet-splijtbaar, getwijnd garen met een herkenbare koordachtige structuur en een subtiele glans. Verkrijgbaar in de diktes 3 (dikst), 5, 8 en 12 (fijnst). Gebruikt voor hardangerwerk, sierranden en bijzondere steken. Je borduurt met de hele draad zoals hij is; hij laat zich niet in draadjes splitsen.

Perforated paper (geperforeerd papier)

Dun karton met geponste gaatjes, meestal van 14 count (Mill Hill is het belangrijkste merk). Ideaal voor hangers, boekenleggers en 3D-constructies, omdat je het in elke vorm kunt knippen zonder dat het rafelt. Niet wasbaar, en het scheurt als je te strak borduurt.

Perforated plastic / plastic canvas (plastic stramien)

Een stevige ondergrond om op te borduren die geen raam nodig heeft en die je kunt knippen zonder dat hij rafelt. Een nuance die de meeste mensen missen: er zijn drie soorten. Plastic stramien voor kruissteek (14 count, ronde gaatjes) is de juiste voor kruissteek. Plastic stramien voor tapisserie (rechthoekige gaatjes, 5, 7 of 10 count) is niet geschikt voor kruissteek. Lord Libidan merkt op dat de meeste mensen de verkeerde kopen.

Petite stitch (kleine kruissteek)

Een piepklein kruisje over een kwart van een normale steekruimte. Er passen vier kleine kruissteken in één gewoon vakje. Technisch een tent stitch in de stijl van continental, die beter dekt dan een halve steek. Gebruikt om fijne details toe te voegen of diepte te suggereren.

PHD

Project Half Done: half af. Een WIP die al zo lang ligt dat je niet meer zeker weet of je hem ooit afmaakt, maar die je nog niet officieel tot UFO hebt verklaard. Het niemandsland tussen een actief project en een erkende nederlaag.

Pic2Pat

Een gratis online omzetter van foto naar patroon op pic2pat.com, ook met een Nederlandstalige site. Kies een foto (die blijft op je apparaat), stel hem af met een live voorbeeld (kleurverloop, contrast, helderheid, witbalans, verzadiging), kies een palet, stofdichtheid en formaat, kies daarna uit een paar gegenereerde versies met verschillende aantallen kleuren en download een PDF-patroon. Je kunt het patroon niet steek voor steek bewerken en er is geen functie om losse steken op te ruimen, dus omgezette foto’s kunnen veel verspreide losse steken bevatten. → Stitchmate of Pic2Pat → Pic2Pat besproken

PIGS

Projects In Grocery Sacks: projecten in boodschappentassen. UFO’s en WIP’s die in plastic zakken worden bewaard in plaats van in echte projecttassen. Een zelfspottende term die de werkelijkheid van de meeste opbergsystemen erkent.

Pin stitch (speldsteekje)

Een bijna onzichtbare manier om een draad vast te zetten met piepkleine steekjes die maar 1 à 2 draden van de stof pakken, 2 à 3 keer herhaald. Verdwijnt onder de kruissteken die erop volgen. De vaste startmethode voor confetti en losse steken, waar geen naburige steken zijn om de draad onder weg te werken.

PIT

Projects In Totes: projecten in draagtassen. Een variant van PIGS: hetzelfde idee, iets chiquer opgeborgen. De stap van boodschappentas naar echte draagtas staat voor persoonlijke groei, of op zijn minst voor betere organisatie.

Presencia (Finca)

Een Spaans garenmerk van Presencia Hilaturas (opgericht in 1960) met 321 kleuren uitzonderlijk glad borduurgaren van 100% Egyptisch katoen. Ook bekend om de metallic draad van echt metaal en populair bij redwork (rood garen op witte stof). → Kleurenkaart van Presencia

Printed chart (geprint patroon)

Een patroon op papier in plaats van op een scherm. Sommige borduurders hebben een sterke voorkeur voor een papieren patroon waarop ze kunnen aantekenen, dat ze kunnen vouwen en uitspreiden. Geprinte patronen zijn meestal groter en makkelijker te lezen dan een scherm, al kunnen ze niet automatisch markeren of je voortgang bijhouden. → Een PDF-patroon exporteren om te printen

Project monogamy vs project polygamy

Of je aan één project tegelijk werkt (monogamie, zeldzaam) of aan meerdere WIP’s tegelijk (polygamie, heel gewoon). De meeste borduurders zijn polygaam en wisselen tussen projecten afhankelijk van hun stemming, wat ze mee kunnen nemen of hoeveel concentratie ze hebben.


Q

Q-Snap

Een raamsysteem van pvc-buizen van Q-Snap dat de stof vasthoudt met klemmen die je erop klikt, zodat de stof van alle vier de kanten strak als een trommelvel staat. Drukt afgemaakte steken niet plat (anders dan een borduurring), en met de verwisselbare onderdelen kun je maten combineren (15, 20, 28 en 43 cm; 6", 8", 11", 17"). Veel ervaren borduurders vinden de Q-Snap de beste houder voor elke dag.

Quarter stitch (kwartsteek)

Een schuine steek van één hoek van een vakje naar het midden ervan. Samen met een halve steek in hetzelfde vakje vormt hij een driekwartsteek. Met kwartsteken maak je gebogen lijnen en fijne details. Op Aida moet je met een scherpe naald door het middelste blokje prikken, en dat is een van de belangrijkste redenen waarom gevorderde borduurders liever op evenweave werken. → Soorten kruissteken (in het Engels)


R

Railroading

De naald vóór elke steek tussen de draadjes door steken, zodat ze plat en evenwijdig liggen, als de rails van een spoorlijn. Geeft merkbaar vollere, gelijkmatigere steken met een betere dekking. Het belangrijkst bij donker garen op lichte stof en bij het mengen van kleuren in de naald (in het Engels). De eerlijke afweging: het gaat altijd langzamer, en wie niet borduurt, ziet het verschil nooit.

RAK

Random Act of Kindness: een spontane goede daad. Een andere borduurder zomaar een cadeautje sturen (garen, een patroon, een naaldmagneet) zonder reden. Een mooie traditie die veel voorkomt in Facebookgroepen en onder FlossTube-vrienden.

Rhodes stitch (rhodessteek)

Bedacht door Mary Rhodes (beschreven in haar boek uit 1980). Overlappende rechte steken waaieren rond een geometrische vorm en bouwen in het midden een kenmerkende verhoogde draaikolk op. Begin altijd op dezelfde plek, zodat de bovenste steek steeds onder dezelfde hoek ligt. Ziet er vooral prachtig uit in zijde of metallic garen.

Rice stitch (rijststeek)

Een kruissteek met over elk beentje van de X kleine schuine steekjes, wat een korrelig effect met structuur geeft (vandaar ‘rijst’). Vaak in twee kleuren geborduurd: één voor het basiskruis, een contrasterende kleur voor de kleine steekjes over elk beentje.

Rotation (rotatie)

Een systeem om volgens een vast schema tussen meerdere WIP’s te wisselen: op tijd (15 minuten per project), op aantal steken (100 steken per project), per dag of op stemming. Zo blijven grote projecten vooruitgaan zonder dat je opbrandt. Veel borduurders maken een formeel rotatieschema; anderen wisselen op gevoel.

Round Robin (RR)

Een groepsproject waarbij elke deelnemer een werk begint en het daarna doorgeeft aan de volgende, die er een deel aan toevoegt. Na een rondje langs de hele groep komt elk werk terug bij wie het begon, met bijdragen van iedereen. Vraagt vertrouwen: je borduurwerk is letterlijk in handen van iemand anders.


S

SABLE

Stash Acquisition Beyond Life Expectancy: meer voorraad dan je in je leven nog kunt opmaken. Je verzameling materialen is groter dan wat je in de rest van je leven realistisch gezien kunt gebruiken. De term komt oorspronkelijk uit een breiboek van Stephanie Pearl-McPhee uit 2006 en wordt met humor als eretitel gedragen. Veel borduurders geven openlijk toe dat spullen verzamelen en echt borduren eigenlijk twee aparte, deels overlappende hobby’s zijn.

SAL

Stitch-A-Long: samen borduren. Een groepsactiviteit waarbij iedereen tegelijk hetzelfde patroon borduurt en op vaste momenten de voortgang deelt. SAL’s bouwen gemeenschap en houden je bij de les. Zie ook MSAL voor de variant met een verrassingspatroon.

Sampler (merklap)

Een borduurwerk met een verzameling motieven, alfabetten, randen en decoratieve elementen. Vroeger waren merklappen leermiddelen: een naslagwerk van steken en patronen. Moderne merklappen variëren van traditionele reproducties tot hedendaagse ontwerpen die meerdere technieken combineren. → Gids over collagecompositie

Satin stitch (platte steek)

Evenwijdige rechte steken die naast elkaar liggen en een vorm vullen, met een glad, glanzend oppervlak als resultaat. Vaak gecombineerd met kruissteek voor blaadjes, bloemblaadjes en letters. Het geheim: leg de steken heel dicht tegen elkaar en houd de spanning gelijk, zodat er geen stof doorheen schemert.

Scroll frame (rolraam)

Een raam waarbij de stof aan draaibare stokken aan de boven- en onderkant vastzit, zodat je het project kunt oprollen om aan verschillende delen te werken zonder de stof los te halen en opnieuw te spannen. Ideaal voor heel grote projecten. Het nadeel: ze zijn zwaar, duur en spannen alleen van boven naar beneden; de zijkanten blijven los.

Seed stitch (zaadsteek)

Piepkleine, willekeurig verspreide rechte steekjes (meestal één draad van de stof lang) om achtergronden te vullen met een subtiel effect met structuur. Geeft een fijn gespikkeld uiterlijk. Niet te verwarren met de breiterm (gerstekorrel).

Self-bury technique (zichzelf wegwerken)

Een methode om losse confettisteken vast te zetten, waarbij je het draadeinde onder de losse steek zelf door weeft en er meerdere keren omheen gaat. Lost het bekende probleem op dat losse steken geen buren hebben om de draad onder weg te werken.

Selvage (zelfkant)

De afgewerkte geweven rand van een stof, die voorkomt dat de stof uitrafelt. Zweigart herken je aan een opvallende oranje draad in de zelfkant: zit die erin, dan weet je dat het echte Zweigart is. De zelfkant wordt meestal afgeknipt voordat je gaat borduren.

Sewing method (naaimethode)

Borduren in één doorgaande beweging: je brengt de naald in één haal door het ene gaatje naar beneden en door het volgende weer omhoog, terwijl je de stof tussen je vingers schept. Sneller dan de steekmethode, maar de stof moet soepel genoeg zijn om te buigen. Werkt het best op evenweave en linnen zonder stug raam.

SEX

Stash Enhancement eXperience (soms: Enrichment eXpedition): de voorraad uitbreiden. Het kopen van nieuwe borduurspullen. Ja, de gemeenschap gebruikt deze afkorting in het volle besef van de dubbele betekenis, en geniet er enorm van.

SINS

Stuff I’ll Never Stitch: dingen die ik nooit ga borduren. Patronen in je verzameling waarvan je hebt geaccepteerd dat je er waarschijnlijk nooit aan begint. Een eerlijkere doorontwikkeling van NESTY. We hebben ze allemaal.

Skein (streng)

De standaardeenheid van borduurgaren: een losjes gedraaid bundeltje zesdraads borduurgaren, meestal 8 meter (8,7 yard) lang. Dit koop je in de hobbywinkel. Een hank is een veel grotere eenheid voor handgeverfd garen, vaak opgewonden tot kleinere bosjes (‘pulls’).

Smalls (kleintjes)

Kleine kruissteekprojecten: hangers, speldenkussentjes, sleutelhangers, boekenleggers, biscornu’s. Populair als cadeau, als snel klusje tussen BAP’s door en om nieuwe technieken te proberen zonder een grote tijdsinvestering.

Smyrna cross

Zie Leviathan stitch.

Soluble canvas (oplosbaar canvas)

Een wateroplosbaar hulpraster dat na het borduren volledig oplost in heet water. Een alternatief voor waste canvas om op kleding of andere oppervlakken zonder telbaar weefsel te borduren. Lost schoner op dan waste canvas (geen draden uittrekken), maar is duurder.

Stab method (steekmethode)

Borduren in twee aparte bewegingen: steek de naald recht naar beneden door de stof, en duw hem daarna recht weer omhoog. Langzamer dan de naaimethode, maar nodig als je in een stug raam of een strak gespannen Q-Snap werkt. De standaardmethode voor de meeste kruissteekborduurders.

Stamped cross stitch (voorbedrukt kruissteekwerk)

Kruissteek waarbij het ontwerp al op de stof is gedrukt: je borduurt over de markeringen en wast ze daarna uit. Makkelijker dan telwerk (geen patroon om te volgen, geen tellen), maar minder precies en minder veelzijdig. Hoe het ook lijkt: de meeste docenten raden aan eerst telwerk te leren.

Start-itis (beginneritis)

De onweerstaanbare drang om aan nieuwe projecten te beginnen, terwijl je er al heel wat hebt liggen die niet af zijn. Iedereen kent het. De handwerkgemeenschap ziet het als een vertederende karaktertrek, niet als een probleem dat opgelost moet worden.

Stitch count (aantal steken)

Het totale aantal vakjes (steken) in een patroon, uitgedrukt als breedte × hoogte (bijv. 200 × 150 steken). Samen met de stofdichtheid bepaalt dat het eindformaat. Het totale aantal steken (breedte × hoogte bij een volledig bedekt werk) bepaalt hoelang het project duurt. → Hoelang duurt een kruissteekproject? (in het Engels) → De maat van je stof berekenen

Stitch direction (steekrichting)

De richting van het bovenste beentje van je kruissteek. De universele regel: alle bovenste beentjes moeten in het hele werk dezelfde kant op hellen. Een wisselende richting ziet er rommelig uit, omdat het licht onder elke hoek anders weerkaatst. De afspraak is van linksonder naar rechtsboven, maar andersom werkt net zo goed: het gaat om de consequentie.

StitchFiddle

Een online ontwerpprogramma voor kruissteek op stitchfiddle.com, van een Nederlands bedrijf, met een gratis versie en betaalde opties. Eenvoudiger dan PCStitch en makkelijker toegankelijk (in de browser), maar beperkt in geavanceerde functies en de kwaliteit van de export. Bedoeld voor wie af en toe ontwerpt en eenvoudig een raster wil bewerken. → StitchFiddle besproken

Stranded cotton (splijtbaar borduurgaren, mouliné)

Het standaardborduurgaren: zes losse draadjes die losjes in elkaar zijn gedraaid, waarbij elk draadje zelf weer uit twee getwijnde vezels bestaat. ‘Floss’ is de gangbare Engelse naam; bij DMC heet het mouliné. Je trekt de draadjes altijd een voor een los voordat je ze weer samenvoegt, ook als je er twee gebruikt: dat ‘strippen’ geeft veel gladdere steken. → Alle soorten garen vergeleken (in het Engels) · → DMC of Anchor

Sullivans

Een voordelig garenmerk in Australische handen, gemaakt in China, waarvan het assortiment het palet van DMC kleur voor kleur volgt. Kost 0,40 à 0,55 dollar per streng. Het handige: op elk label staat het overeenkomende DMC-nummer, dus vervangen gaat moeiteloos.

Sweary stitching (vloekborduren)

Kruissteekpatronen met krachttermen, oneerbiedige humor of dwarse boodschappen, vaak omlijst met traditionele merklaprandjes voor het komische contrast. Een bloeiend modern subgenre. Subversive Cross Stitch van Julie Jackson maakte de beweging populair.


T

Tapestry needle (stompe borduurnaald)

Een naald met een stompe punt en een groot oog: de standaardnaald voor kruissteek. De stompe punt glijdt tussen de draden van de stof door zonder ze te splijten. De maten zijn tegenintuïtief: een hoger nummer = een kleinere naald. Maat 24 voor 14 count, maat 26 voor 16 count, maat 28 voor 18 count (de gids over naaldmaten heeft de volledige tabel). Vervang hem na elke 20 tot 30 uur borduren, omdat de punt verbuigt en het oog ruw wordt.

Tapestry wool (tapisseriewol)

Een dik, niet-splijtbaar wolgaren voor tapisserie en stramienwerk in plaats van gewone kruissteek. Af en toe gebruikt op stoffen met een heel lage count (6 tot 8 count) voor krachtige projecten met structuur.

Tent stitch (halve kruissteek)

Eén schuine steek over één kruispunt van de stof, gebruikt bij tapisserie (in het Engels). Technisch hetzelfde als een halve kruissteek, maar ‘tent stitch’ is in het Engels de bredere term, die ook de methodes continental en basketweave omvat; de gids over tent stitch vergelijkt ze alle drie. Je komt de term tegen waar technieken van kruissteek en tapisserie elkaar overlappen. Patronen voor tent stitch maak je rechtstreeks in de patroonmaker voor tapisserie.

Thread chicken

Een spelletje durven met je laatste stukje garen: proberen een kleurvlak af te maken zonder een nieuwe draad of een nieuwe streng te hoeven beginnen. De spanning stijgt met elke steek naarmate de draad korter wordt. Een ervaring die elke kruissteekborduurder herkent.

Thread conditioner (garenconditioner)

Een middel dat je op garen aanbrengt tegen knopen, rafelen en statische elektriciteit. Thread Heaven verdween in 2017 van de markt, tot rouw in de hele gemeenschap. Thread Magic komt er het dichtst bij. Traditionele bijenwas werkt, maar kan garen donkerder maken en de glans verminderen; bewaar het liever voor goudborduurwerk. Een truc uit de gemeenschap: siliconen oordopjes (zoals die van Mack’s) geven een bijna identiek effect voor een fractie van de prijs.

Thread organizer / sorter (garensorteerder)

Een houten of plastic kaart met genummerde inkepingen waarin je vooraf draden van elke kleur voor een project klaarlegt. Onmisbaar bij de parkeermethode: je wisselt meteen van kleur zonder opnieuw te draden. Ook handig bij elk project met veel kleurwissels.

Thread-Bare

Een gratis online tool op thread-bare.com om je garenvoorraad te beheren, zodat je bijhoudt welke kleuren van DMC, Anchor of andere merken je al hebt. Handig om aankopen te plannen en dubbele aankopen te voorkomen. → Thread-Bare besproken

Three-quarter stitch (driekwartsteek)

Een driekwartsteek vult drie kwart van een vakje: één halve steek (de hele diagonaal) plus één kwartsteek (van een hoek naar het midden). Maakt gebogen lijnen en zachte overgangen mogelijk. Op Aida moet je voor het kwartsteekdeel door het middelste blokje prikken, en dat is veruit de belangrijkste reden waarom gevorderde borduurders voor ingewikkelde ontwerpen evenweave kiezen. → Soorten kruissteken (in het Engels)

Tinking (een voor een uithalen)

Voorzichtig steken een voor een uithalen (in tegenstelling tot frogging, waarbij je er veel tegelijk uittrekt). Het woord is ‘knit’ achterstevoren, overgenomen uit de breiwereld. Preciezer dan frogging, en gebruikt als er maar een paar steken verbeterd hoeven te worden.

Travel (doorlopende draad)

Garen aan de achterkant van de stof meenemen tussen steken van dezelfde kleur die ver uit elkaar liggen. De algemene regel: loop niet verder door dan 2 tot 4 steken op lichte stof (de meegenomen draad kan erdoorheen schemeren) of 4 tot 5 steken op donkere stof. Lange doorlopende draden kunnen ook achter andere draden blijven haken.

Treasure Braid

Het metallic garen van Rainbow Gallery, verkrijgbaar in de standaardmaat en in Petite. Gemaakt van 65% rayon en 35% gemetalliseerd polyester (Japan en VS). Een goed alternatief voor Kreinik, vooral in de maat Petite voor heel fijn werk op 18 tot 22 count.

Trolley needle (reservenaald)

Een extra naald met garen die je in de stof laat parkeren, met een kleur waar je straks naar terugkeert. De voorloper van volledig parkeren: in plaats van een kleur af te hechten en opnieuw te beginnen, laat je hem klaarliggen. De term is vooral gangbaar onder Britse borduurders.

TUSAL

Totally Useless Stitch-A-Long: een volkomen nutteloze SAL. Een traditie waarbij je bij elke nieuwe maan je pot met ORT’s fotografeert en deelt op sociale media. Ondanks de naam een geliefd, doorlopend evenement: een manier om je borduurwerk maand na maand zichtbaar te zien groeien.


U

UFO

Unfinished Object: een onafgemaakt werk. Een project waar je mee bent gestopt, zonder plan om het weer op te pakken. Anders dan een WIP, waar je actief mee bezig bent. Iedereen heeft UFO’s. De vraag is of ze ooit weer WIP worden of afzakken tot SINS.


V

Variegated thread (gevlamd garen)

Garen dat over de lengte van kleur verandert. DMC Color Variations verloopt subtiel om de paar centimeter; DMC Coloris wisselt dramatisch. Ook Weeks Dye Works en Classic Colorworks maken gevlamde varianten. Het mooist met de Engelse methode (elk kruisje afzonderlijk afmaken), zodat de kleuren willekeurig en natuurlijk verdeeld blijven.

Vinyl weave

Een borduurondergrond op basis van kunststof met een zachte, soepele structuur (anders dan stug plastic stramien). Verkrijgbaar in verschillende stofdichtheden en kleuren. Handig voor tassen, onderzetters en dingen die moeten kunnen buigen.


W

Warp (schering)

De verticale draden op een weefgetouw die de lengterichting van de stof vormen. Bij kruissteek loopt de schering evenwijdig aan de zelfkant. Je hoeft er waarschijnlijk niet over na te denken, tenzij je onregelmatigheden in de stof onderzoekt of trekwerk doet.

Waste canvas

Een losjes geweven raster dat je op oppervlakken zonder telbaar weefsel (kleding, spijkerstof, handdoeken) rijgt als tijdelijke borduurhulp. Maak na het borduren de draden van het canvas vochtig en trek ze er een voor een uit met een pincet. Gebruik een scherpe crewelnaald (geen stompe borduurnaald). DMC maakt ook een wateroplosbare versie die oplost in heet water. → Waste canvas en andere bijzondere stoffen (in het Engels)

Waste knot (wegwerpknoop)

Een manier om de draad vast te zetten: leg een tijdelijke knoop, steek de naald zo’n 4 cm (1,5 inch) voor je eerste steek van voren in de stof, en borduur dan richting de knoop, zodat de werkdraad het draadeinde aan de achterkant vastlegt. Knip de knoop af als de draad vastzit. Werkt met elk aantal draadjes, anders dan de lusstart, die een even aantal nodig heeft.

Weeks Dye Works

Een Amerikaans merk handgeverfd garen van Weeks Dye Works (opgericht in 1994) met 358 kleuren overgeverfd borduurgaren van Egyptisch katoen. Elke streng is uniek, met subtiele kleurverschuivingen die een vervaagde, verouderde uitstraling geven, geliefd voor merklappen en ontwerpen in primitieve stijl. Verkocht in strengen van 4,5 meter (5 yard) voor een stevige prijs (zo’n 2,60 dollar).

Weft (inslag)

De horizontale draden die op een weefgetouw door de schering worden geweven. Bij kruissteek loopt de inslag haaks op de zelfkant. Samen met de schering bepaalt de inslag de stofdichtheid, het gewicht en het gedrag van de stof.

WinStitch / MacStitch

Ontwerpsoftware voor kruissteekpatronen van Ursa Software, met versies voor Windows en Mac. Moderner dan PCStitch, met een paar functies die concurrenten missen (3D-voorbeeld, kleuren koppelen met DMC+), maar in de kern nog steeds een desktopprogramma. De versie MacStitch valt op omdat de meeste kruissteeksoftware alleen voor Windows bestaat. → WinStitch besproken

WIP

Work In Progress: een werk in uitvoering. Een project waar je actief aan borduurt, of waar je in elk geval binnenkort weer aan verder wilt. Het verschil tussen een WIP en een UFO is vooral psychologisch: een WIP betekent ‘hier ga ik mee verder’, een UFO ‘waarschijnlijk niet’.

WIP Wednesday

Een traditie op sociale media waarbij borduurders elke woensdag foto’s delen van hun huidige werken in uitvoering, met de hashtag op Instagram, in Facebookgroepen en op Reddit. Een wekelijks ritueel om bij de les te blijven en gemeenschap te bouwen.

WOXS

World of Cross Stitching

. Het toonaangevende Britse kruissteektijdschrift, met 13 nummers per jaar vol patronen, uitleg en productrecensies. Online vaak afgekort tot ‘WOXS’.


Naslagtabellen

Tabel met stofdichtheden

CountSteken per inch (per cm)Gangbare stoffenGebruikelijk voorDraadjes
66 (2,4)Binca, HertaKinderprojecten4–6
88 (3,1)Aida 8Beginners, krachtige ontwerpen3–4
1111 (4,4)Aida 11Snelle projecten3–4
1414 (5,4)Aida 14, 28 count over 2 dradenDe standaard. De meeste patronen.2–3
1616 (6,4)Aida 16, 32 count over 2 dradenGevorderden, meer detail2
1818 (7,1)Aida 18, 36 count over 2 dradenErvaren, fijne details1–2
2020 (8)Aida 20, 40 count over 2 dradenUltrafijn, voor experts1–2
2222 (8,7)HardangerHardangerwerk, heel fijn1
2512,5 (4,9) over 2 dradenDublin-linnen, Lugana 25Merklappen, gevorderden en verder2
2814 (5,4) over 2 dradenCashel-linnen, Lugana 28Populairste linnen en evenweave2
3216 (6,4) over 2 dradenBelfast-linnen, Lugana 32Gedetailleerd werk1–2
3618 (7,1) over 2 dradenEdinburgh-linnenHeel fijn, ervaren1
4020 (8) over 2 dradenNewcastle-linnenUltrafijn, miniaturen1

Over 2 draden omrekenen

De nuttigste tabel voor wie overstapt van Aida naar evenweave of linnen. Borduur je op evenweave of linnen over 2 draden, dan krijg je hetzelfde eindformaat als op de overeenkomende Aida.

Evenweave of linnen (over 2 draden)Overeenkomende Aida (over 1)
Hardanger 22 countAida 4,4 steken/cm (11 count)
25 count (10 draden/cm)12,5 count (geen Aida die precies past)
28 count (11 draden/cm)Aida 5,4 steken/cm (14 count) (meest gebruikt)
32 count (12,6 draden/cm)Aida 6,4 steken/cm (16 count)
36 count (14,2 draden/cm)Aida 7,1 steken/cm (18 count)
40 count (15,7 draden/cm)Aida 8 steken/cm (20 count)

Naald en aantal draadjes per stofdichtheid

StofdichtheidNaaldmaatDraadjes voor kruisjesDraadjes voor stiksteek
6–8 count20–224–62–3
11 count22–243–41–2
14 count / 28 over 2 draden242–31
16 count / 32 over 2 draden24–2621
18 count / 36 over 2 draden261–21
20+ count / 40 over 2 draden26–281–21

Garenmerken vergeleken

MerkHerkomstKleurenPrijs per streng (VS)Lengte per strengBelangrijkste kenmerk
DMCFrankrijk (1746)489US$ 0,56–0,918 mDe standaard in de branche
AnchorDuitsland446US$ 0,60–0,758–10 mUitzonderlijk zacht
CosmoJapan501~US$ 2,00–2,508 mZijdeachtige glans, warm palet
MadeiraDuitsland~380~prijs van DMC10 m25% meer garen per streng
Weeks Dye WorksVS (1994)200+~US$ 2,604,5 mHandgeverfd, elke streng uniek
Classic ColorworksVS200+~US$ 2,604,5 mBasis van DMC, niet kleurvast
The Gentle ArtVS200+~US$ 2,394,5 mHandgeverfd, wel kleurvast
Presencia (Finca)Spanje (1960)321~prijsklasse van DMC8 mUltraglad, metallic van echt metaal
SullivansAustralië/China489US$ 0,40–0,558 mVoordelig alternatief, DMC-nummer op label

Eindformaat in één oogopslag

Zo reken je het uit: aantal steken van het patroon ÷ stofdichtheid = eindformaat in inch (× 2,54 voor centimeters). Tel daar voor het inlijsten in totaal 15 tot 20 cm marge bij (7,5 tot 10 cm per kant).

100 × 100 steken:

StofdichtheidFormaat ontwerpBenodigde stof (+7,5 cm marge per kant)
11 count23,1 × 23,1 cm (9,1")38,4 × 38,4 cm (15,1")
14 count (of 28 over 2)18,1 × 18,1 cm (7,1")33,4 × 33,4 cm (13,1")
16 count (of 32 over 2)15,9 × 15,9 cm (6,3")31,1 × 31,1 cm (12,3")
18 count (of 36 over 2)14,1 × 14,1 cm (5,6")29,4 × 29,4 cm (11,6")

200 × 200 steken:

StofdichtheidFormaat ontwerpBenodigde stof
14 count36,3 × 36,3 cm (14,3")51,5 × 51,5 cm (20,3")
16 count31,8 × 31,8 cm (12,5")47 × 47 cm (18,5")
18 count28,2 × 28,2 cm (11,1")43,5 × 43,5 cm (17,1")

→ Bereken de precieze maat van je stof


Probeer Stitchmate

Modern patronen bewerken, net zo bevredigend als het borduren zelf. Zet foto’s om, ruim losse steken op en exporteer PDF’s die klaar zijn om te printen.

Begin met maken

Geen account nodig.

Veelgestelde vragen

Welke soorten kruissteken zijn er?
Zes steken dekken bijna elk patroon: de hele kruissteek, de halve steek, de kwartsteek, de driekwartsteek, de stiksteek en de Franse knoop. Hele kruisjes zorgen voor de dekking, halve steken voor achtergronden, kwart- en driekwartsteken voor rondingen, stiksteek voor contouren en Franse knopen voor puntjes. De gids over soorten kruissteken laat zien hoe je elke steek borduurt.
Hoeveel draadjes borduurgaren moet ik gebruiken?
Op Aida 5,4 steken/cm (14 count), de meest gebruikte stof, gebruik je 2 draadjes voor kruissteken en 1 draadje voor stiksteek. Die combinatie schrijft verreweg het grootste deel van de patronen voor. Voor andere stofdichtheden: zie de tabel met het aantal draadjes hierboven.
Wat betekent ‘count’ bij kruissteek?
Count is het aantal steken (vakjes) per inch stof. 14 count betekent 14 steken per inch, oftewel 5,4 per centimeter. Een hogere count betekent kleinere steken, fijnere details en meer tijd per vierkante centimeter. Een veelgemaakte vergissing: count gaat over steken, niet over gaatjes. Aida van 14 count heeft 14 vakjes, maar 15 gaatjes per inch.
Wat is het verschil tussen Aida en evenweave?
Aida groepeert draden in zichtbare blokjes met duidelijke gaatjes: makkelijk te tellen en geschikt voor beginners. Evenweave heeft enkele draden en een gladder oppervlak: deelsteken gaan makkelijker, de stof valt mooier en het resultaat oogt verfijnder. Over 2 draden geborduurd geeft evenweave van 28 count hetzelfde eindformaat als Aida van 14 count.
Is linnen beter dan Aida?
Geen van beide is ‘beter’: het zijn verschillende gereedschappen. Aida is makkelijker te tellen, betaalbaarder en perfect voor volledig bedekte ontwerpen. Linnen heeft een natuurlijke schoonheid, valt mooier bij gebruiksvoorwerpen en maakt deelsteken moeiteloos. Veel gevorderde borduurders gebruiken allebei, afhankelijk van het project.
Hoe bereken ik het eindformaat?
Aantal steken ÷ stofdichtheid = eindformaat in inch (× 2,54 voor centimeters). Tel daar in totaal 15 tot 20 cm (6–8 inch) bij als marge voor het inlijsten. Voorbeeld: een patroon van 140 × 100 op 14 count geeft een ontwerp van 25,4 × 18,1 cm (10" × 7,1"), dus knip de stof minstens 40,6 × 33,4 cm (16" × 13,1").
Wat is het verschil tussen een WIP en een UFO?
Een WIP is een project waar je actief aan werkt of waar je binnenkort weer mee verder wilt. Een UFO is een project dat je hebt opgegeven, zonder plan om het af te maken. Het verschil is vooral psychologisch, en projecten verhuizen regelmatig van de ene categorie naar de andere.

Laatst bijgewerkt: maart 2026. Deze woordenlijst wordt regelmatig bijgehouden en uitgebreid: zet hem bij je favorieten en kom terug wanneer je wilt.

Mis je iets? We voegen steeds termen toe. Laat ons weten wat er nog bij moet →