Wat is tent stitch? De halve kruissteek achter bijna alle tapisserie

Eén schuine steek over één kruispunt van het stramien: dat is tent stitch. Het interessante is dat je hem op drie manieren kunt borduren, en die keuze bepaalt hoe stevig je werk wordt, hoe scheef het stramien trekt en hoeveel wol je verbruikt.

Tent stitch is één schuine steek over één kruispunt van het stramien, altijd van linksonder naar rechtsboven, zoals een schuine streep. In het Nederlands heet die steek gewoon halve kruissteek. Bedek een stramien ermee en je hebt tapisserie gemaakt. De meeste handgeschilderde stramienen, de meeste pakketten en bijna elk ontwerp dat van een telpatroon is overgezet, worden helemaal of grotendeels in tent stitch geborduurd.

Dat klinkt alsof er niets te leren valt. Niet helemaal: ‘tent stitch’ is eigenlijk de naam van het resultaat. Je kunt hem op drie manieren maken (continental, basketweave en half cross), en ze verschillen precies waar je niet kijkt: aan de achterkant van het stramien. Die achterkant bepaalt hoe stevig het werk is, hoe erg het stramien scheeftrekt en hoeveel wol je verbruikt. De juiste methode kiezen voor het juiste vlak is een van de eerste echte vaardigheden in tapisserie. Voor deze drie methodes bestaan geen gangbare Nederlandse namen, dus we gebruiken de Engelse.

Wat tent stitch is

Stramien is een raster van geweven draden. Overal waar een verticale draad een horizontale kruist, zit een kruispunt, en één tent stitch bedekt precies één kruispunt: de naald komt omhoog door het gaatje linksonder het kruispunt en gaat omlaag door het gaatje rechtsboven.

Daaruit volgen drie eigenschappen:

  • Het patroon vertaalt één op één. Eén vakje op het patroon = één kruispunt = één tent stitch. Daarom werken kruissteekpatronen ook voor tapisserie: hetzelfde raster, een andere steek.
  • Alle steken hellen dezelfde kant op. Die gelijke helling geeft tapisserie zijn gladde, geweven uitstraling. Eén steek die verkeerd om ligt, valt op.
  • De dekking is volledig. Anders dan bij kruissteek op Aida moet het stramien helemaal onder de wol verdwijnen. Daarom moet de dikte van je draad passen bij de fijnheid van het stramien (de gids over tapisseriegaren (in het Engels) geeft de combinaties).

Als je kruissteek kent: een tent stitch is het onderste beentje van je kruisje, en dan stop je. De helft van de bewegingen, maar de volle dekking. Dat is een van de redenen waarom vlakken in tapisserie merkbaar sneller vol zijn dan kruissteekvlakken met hetzelfde aantal steken.

Drie manieren om dezelfde steek te borduren

Aan de voorkant zie je geen verschil tussen continental, basketweave en half cross. Draai het stramien om en het zijn drie heel verschillende dingen:

Continental borduur je in rechte rijen, meestal van rechts naar links. Aan de achterkant maakt de draad een lange schuine sprong naar de volgende steek, zodat zich daar een dikke laag schuine opvulling opbouwt. Stevig en duurzaam, maar elke rij trekt het stramien schuin. Hier lees je alles over continental.

Basketweave borduur je in diagonale rijen, op en neer over het stramien. De achterkant ziet eruit als een gevlochten mandje: verticale en horizontale draden die in elkaar grijpen. Het stramien trekt nauwelijks scheef, het werk slijt het minst en je hoeft het stramien nooit te draaien. Dit is de methode voor achtergronden en voor elk vlak groter dan een paar vierkante centimeter. Hier lees je alles over basketweave.

Half cross borduur je in rijen, net als continental, maar de naald gaat aan de achterkant recht naar beneden in plaats van schuin. Deze methode gebruikt de minste wol van de drie, en levert ook het minste op: een dunne achterkant die weinig stevig is, en op gewoon enkeldraads stramien kunnen de steken onder spanning verschuiven en losdraaien. Je ziet hem vooral nog in voorbedrukte pakketten op interlockstramien, waar het vastgezette weefsel de steken op hun plaats houdt. Veel Nederlandse en Belgische pakketten werken op deze manier.

Continental, basketweave en half cross vergeleken

ContinentalBasketweaveHalf cross
WerkrichtingHorizontale rijenDiagonale rijenHorizontale rijen
Achterkant van het stramienDikke schuine opvullingGeweven, als een mandjeDunne verticale lijntjes
Scheeftrekken van het stramienFlinkMinimaalLicht
DuurzaamheidGoedBestZwak
Wolverbruik (t.o.v. half cross)~1,5×~1,5×1×
Soorten stramienAlleAlle (best op enkeldraads)Alleen interlock / Penelope
Het best voorDetails, lijnen, kleine vlakkenAchtergronden, grote vlakkenPakketten op interlock, zuinige projecten

De wolcijfers zijn vuistregels: het echte verbruik hangt af van de vezel, de fijnheid en je spanning. De verhoudingen kloppen wel: de twee ‘echte’ tent-stitchmethodes gebruiken ongeveer de helft meer wol dan half cross, en juist die extra wol maakt de achterkant stevig.

Welke methode kies je?

Het standaardadvies, en het is standaard omdat het klopt: basketweave waar het kan, continental waar het niet kan, en half cross alleen als een pakket erom vraagt.

In de praktijk betekent dat basketweave voor achtergronden, luchten en elk effen vlak. Alleen al het minder scheeftrekken maakt het de moeite waard voor alles zo groot als een kussen. Continental neemt het over voor losse rijen, contouren, letters, verspreide details en kleurvlakken die te klein of te grillig zijn om een diagonaal ritme op te bouwen. De twee gaan prima samen in één werk; aan de voorkant ziet niemand het verschil.

Wordt het werk veel gebruikt (een riem, een tas, een stoelzitting, traptreden), dan pleit er nog meer voor basketweave. De geweven achterkant werkt als ingebouwde opvulling en houdt de steken op hun plaats als er na verloop van tijd draden slijten.

Petit point: tent stitch, maar kleiner

Petit point is geen andere steek: het is tent stitch op een fijner raster, traditioneel vanaf 22 count (8,7 gaatjes/cm), van oudsher gebruikt voor gezichten en handen in figuratief werk. Op Penelope-stramien (met dubbele draden) kun je de draden zelfs splitsen en in een petit-pointvlak vier steken zetten waar normaal één tent stitch zou zitten, zodat je in één werk verschillende detailniveaus combineert.

De patronen van Stitchmate ondersteunen precies die combinatie: gewone tent stitches plus kleine steken op een kwart van de grootte. Zo kan een patroon fijne details geven waar het ontwerp erom vraagt, zonder dat het hele werk op fijner stramien moet.

Veelvoorkomende problemen

Het stramien trekt scheef. Normaal, zeker bij continental. Werk in een spanraam, borduur grote vlakken in basketweave en reken erop dat je het werk aan het eind vochtig opspant. Wat je niet moet doen, is de steken strakker aantrekken om het te compenseren: meer spanning maakt het scheeftrekken erger, niet beter.

Het stramien schemert erdoorheen. De draad is te dun voor het stramien. Neem een draad extra of kies een dikkere wol, en borduur een proefvierkantje voordat je aan een hele achtergrond begint.

Er loopt een richel door mijn basketweave. Twee diagonale rijen na elkaar in dezelfde richting geborduurd. Het is de klassieke basketweavefout; de gids over basketweave legt uit hoe je hem voorkomt (en waarom je beter niet halverwege een rij stopt).

Mijn steken zien er gedraaid uit. Wol en zijde draaien tijdens het borduren in of uit. Laat de naald om de paar centimeter vallen, zodat de draad terugdraait naar zijn natuurlijke twist.

Patronen maken voor tent stitch

Omdat tent stitch één steek per kruispunt is, is elk rasterpatroon al een patroon voor tent stitch. Dat geldt ook voor letters: lettertypes en monogrammen voor tapisserie (in het Engels) zijn gewoon blokjes tent stitch, en daarom hangt de letterhoogte zo sterk af van de fijnheid van het stramien. De tapisseriemodus van Stitchmate toont patronen als schuine tent stitches op een stramienraster in plaats van als kruisjessymbolen, rekent de grootte uit op basis van de fijnheid (10 tot 24 count) en zet foto’s of bestaande kruissteekpatronen om naar patronen voor tent stitch, inclusief het omzetten van borduurgaren naar wollijnen zoals Appleton. De meeste andere patroonprogramma’s tonen alleen kruisjes en rekenen alleen in Aida-count. Onze vergelijking van patroonsoftware voor tapisserie laat zien hoe acht programma’s omgaan met de weergave van tent stitch, het rekenen met stramienfijnheid en wol.

Liever de traditionele route? De American Needlepoint Guild (needlepoint.org) publiceert informatie over steken en geeft cursussen die veel verder gaan dan tent stitch. De wereld van de sierlijke steken is groot, en tent stitch is de voordeur.

Veelgestelde vragen

Is tent stitch hetzelfde als de halve kruissteek?
In het Nederlands wel: de steek heet hier gewoon halve kruissteek. In het Engels is ‘half cross’ echter ook de naam van één bepaalde werkwijze. Aan de voorkant zien ze er hetzelfde uit (één schuine steek over één kruispunt), maar bij de half-crossmethode loopt de draad aan de achterkant verticaal, waardoor de achterkant dun is en de dekking zwakker. Met ‘tent stitch’ bedoelen Engelstalige patronen meestal continental of basketweave, die allebei een stevige achterkant opbouwen.
Wat is een t-stitch bij tapisserie?
Met t-stitch wordt meestal tent stitch bedoeld: de naam wordt op patronen en in stekengidsen vaak afgekort. Sommige docenten gebruiken ‘T stitch’ voor een variant met tussenruimte voor schaduwpartijen, maar meestal betekent het gewoon tent stitch.
Welke kant moeten de steken op hellen?
Van linksonder naar rechtsboven, zoals een schuine streep (/). Allemaal, altijd. Eén steek die de andere kant op helt, vangt het licht anders en zie je van de andere kant van de kamer.
Trekt tent stitch het stramien scheef?
Ja. Duizenden kleine schuine steken die allemaal dezelfde kant op trekken, maken van het stramien een parallellogram. Basketweave beperkt dat, een spanraam helpt veel, en vochtig opspannen na het borduren herstelt de rest.
Hoeveel wol gebruikt tent stitch?
Reken als eerste schatting op ongeveer 1,4 meter wol per vierkante inch (6,5 cm²) op stramien van 13 count, iets meer voor basketweave. Test altijd met je eigen wol en stramien: de dekking hangt af van de vezel en je spanning.

Maak een patroon voor tent stitch

Ontwerp op een raster met de fijnheid van je stramien of zet een foto om. Stitchmate toont tapisseriepatronen in echte tent stitch, van 10 tot 24 count.

Patroonmaker voor tapisserie openen

Geen account nodig. Werkt in je browser.