| Ik wil… | Doe dit |
|---|---|
| Tekst of een rand apart houden | Voeg een laag toe en borduur of typ erop |
| Een wijziging proberen die ik misschien niet houd | Dupliceer de laag en verander de kopie |
| Een deel dat al geborduurd is apart zetten | Selecteer het en til het naar een nieuwe laag |
| Het patroon zonder één deel zien | Verberg die laag |
| Notities of een hulplijn uit de PDF houden | Zet ze op een laag en verberg die voor het exporteren |
| Het ene deel voor het andere leggen | Sleep de laag hoger |
| Er weer één laag van maken | Samenvoegen |
Lagen
Zet de tekst, een rand of een gewaagd idee op een eigen laag, zodat je het kunt verplaatsen, verbergen of verwijderen zonder de rest van het patroon te raken.
- Waar je het vindt
- Gereedschap links → Lagen
Toetsenbord en speciale toetsen
- Esc
- Het paneel Lagen sluiten
Waarom lagen
De meeste patronen kunnen prima op één laag. Lagen helpen als over een deel van het ontwerp nog getwijfeld wordt.
- Houd de tekst apart zodat hij kan verschuiven. Zet de naam en geboortedatum van een geboortemerklap op een eigen laag. Moeten de letters twee rijen lager, of is de naam verkeerd gespeld, dan verander je die laag en blijft het ontwerp eronder precies zoals het was.
- Probeer een idee zonder het patroon te verpesten. Benieuwd of een donkerdere achtergrond mooier is? Kopieer de laag, geef de kopie een andere kleur en vergelijk door de ene of de andere te verbergen. Werkt het niet, verwijder dan de kopie.
- Houd iets buiten het patroon. Notities voor jezelf, een ruwe schets om overheen te borduren, een hulplijn: zet ze op een laag en verberg die voordat je exporteert.
Zie lagen als doorzichtige vellen die op je patroon liggen. Elk vel heeft zijn eigen steken, en je tekent altijd op maar één tegelijk.
Ik wil…
Hoe lagen op elkaar liggen
Elk patroon begint met een Basislaag. Als je een patroon maakt of importeert, staan al zijn steken daarop. Je kunt op de basislaag borduren en hem verbergen, maar hij blijft altijd onderaan, kan niet worden verwijderd en houdt altijd zijn naam.
Lagen die je toevoegt, liggen erbovenop. De bovenkant van de lijst is de voorkant van het patroon: hebben twee lagen een steek in hetzelfde vakje, dan zie je die van de hoogste laag.
Een laag toevoegen
Open Lagen in het gereedschap links en klik op +. De nieuwe laag komt bovenaan, heet Laag 1, Laag 2 enzovoort, en wordt de laag waarop je werkt.
Je kunt tot 10 lagen hebben plus de basislaag. Bij 10 werkt de knop + niet meer: voeg een laag samen of verwijder er een om ruimte te maken.
De laag kiezen waarop je werkt
Klik op een laag om eraan te werken. Hij krijgt het label Actief.
Alles wat je tekent, vult, wist of een andere kleur geeft, gaat alleen naar de actieve laag. Steken op andere lagen worden niet aangeraakt, zelfs niet in hetzelfde vakje. Een veelvoorkomende verrassing: je tekent en tekent, en er verandert niets, omdat de laag waarop je zit onder een andere ligt. Controleer welke laag actief is voordat je begint.
Een laag verbergen
Klik op het oog naast een laag om hem te verbergen, en nog een keer om hem weer te tonen.
Met verbergen vergelijk je: verberg de kopie om het origineel te zien, toon hem om je wijziging te zien. Zo houd je ook iets buiten het patroon, want verborgen lagen worden niet geëxporteerd naar PDF of afbeeldingen. De stiksteken, Franse knopen, kralen, tekst en motieven van een laag worden mee verborgen.
Verberg je de basislaag even, dan zie je alleen wat je erbovenop hebt toegevoegd. Handig om te controleren of de letters gecentreerd staan.
Naam wijzigen en volgorde aanpassen
Geef een laag de naam van wat erop staat (‘Letters’, ‘Rand’, ‘Donkerdere lucht’), zodat je ze een week later nog uit elkaar houdt. Dubbelklik op de naam, of klik er met de rechtermuisknop op en kies Naam van laag wijzigen. De basislaag houdt zijn naam.
Pas de volgorde aan door een laag in de lijst omhoog of omlaag te slepen. Bedekt het ene deel het andere, dan is de laag lager zetten meestal de oplossing. De basislaag blijft onderaan.
Een idee op een kopie proberen
Klik met de rechtermuisknop op een laag en kies Laag dupliceren. Een exacte kopie, met ‘(kopie)’ achter de naam, verschijnt bovenaan en wordt actief.
- Dupliceer de laag die je wilt veranderen.
- Breng je wijziging aan op de kopie.
- Verberg en toon de kopie om te vergelijken.
- Houd de versie die je mooi vindt en verwijder de andere.
De kopie neemt de stiksteken, tekst en motieven van de laag mee. Hij telt mee voor de limiet van 10 lagen.
Een deel van het patroon naar een eigen laag verplaatsen
Heb je alles al op één laag geborduurd en had je de rand toch liever apart gehad? Selecteer hem, klik met de rechtermuisknop op de selectie en kies Nieuwe laag uit selectie.
De geselecteerde steken gaan van hun laag naar een nieuwe laag, die actief wordt. Stiksteken, knopen en kralen die helemaal binnen de selectie liggen, gaan mee.
Een laag samenvoegen met de laag eronder
Ben je tevreden over een laag, voeg hem dan samen met de laag eronder: klik er met de rechtermuisknop op en kies Samenvoegen met laag eronder.
- Waar beide lagen een steek in hetzelfde vakje hebben, wint de steek van de bovenste laag.
- Lege vakjes op de bovenste laag laten de steken eronder met rust.
- De stiksteken, knopen, kralen, tekst en motieven gaan ook mee naar beneden.
- De bovenste laag verdwijnt. Ongedaan maken haalt hem in één stap terug.
Samenvoegen werkt per laag, dus om alles samen te voegen werk je van boven naar beneden. De basislaag kan niet worden samengevoegd, want er ligt niets onder.
Een laag verwijderen
Klik met de rechtermuisknop op een laag en kies Laag verwijderen, of klik op de prullenbak onderaan het paneel om de actieve laag te verwijderen. Je wordt gevraagd om te bevestigen.
Verwijderen haalt de laag weg met al zijn steken, stiksteken, knopen, kralen, tekst en motieven. Was hij actief, dan ga je naar de basislaag. Toch niet de bedoeling? Cmd/Ctrl+Z haalt alles terug.
Stiksteken, tekst en motieven op lagen
Stiksteken, Franse knopen, kralen, tekst en motieven horen bij de laag die actief was toen je ze maakte. Ze worden met die laag verborgen, gedupliceerd, samengevoegd en verwijderd, en een selectie pakt alleen die op de actieve laag. Om er een naar een andere laag te verplaatsen, klik je er met de rechtermuisknop op en kies je Naar laag verplaatsen.
Ze worden altijd boven de steken van alle lagen getekend, in welke volgorde de lagen ook liggen. Lijnen en objecten uit patronen die gemaakt zijn voordat lagen ze konden bevatten, blijven zichtbaar, wat je ook verbergt.
Tips en valkuilen
- Controleer de actieve laag voordat je borduurt. Op de verkeerde laag tekenen is de meest gemaakte vergissing.
- Letters horen op een eigen laag. Dat deel wordt het vaakst verplaatst of veranderd.
- Verborgen betekent niet geëxporteerd. Controleer voor je de definitieve PDF maakt of elke laag die je wilt hebben zichtbaar is.
- Dupliceren en Samenvoegen staan in het rechtsklikmenu, of op een touchscreen in het menu achter de knop op elke rij.
- Alles kan ongedaan worden gemaakt. Toevoegen, verwijderen, naam wijzigen, volgorde aanpassen, dupliceren en samenvoegen maak je elk in één stap ongedaan.