Referentieafbeelding

Leg je originele foto of tekening over het patroon om omtrekken over te trekken, een gezicht te controleren of kleuren te vergelijken. Nooit afgedrukt.

Sneltoets
U
Waar je het vindt
Gereedschap links → Referentie
Toetsenbord en speciale toetsen
U
De referentieafbeelding tonen of verbergen

Waarvoor de referentieafbeelding is

De referentieafbeelding laat je originele afbeelding boven (of onder) het patroon zien terwijl je bewerkt, net als overtrekpapier. Hij is er alleen ter referentie: je kunt er niet op borduren, en hij komt nooit in je PDF.

Wie borduurt, gebruikt hem om:

  • Een afbeelding met de hand over te trekken. Begin een leeg patroon, zet er een foto of tekening achter en borduur langs de omtrekken, met kruissteken of stiksteken.
  • Een omzetting te controleren. Zet na het omzetten van een foto in een patroon de foto aan en uit, om te zien of de ogen, de letters of een klein detail het hebben overleefd.
  • Kleuren te vergelijken. Terwijl je garens wisselt, vergelijk je ze met de foto waar ze vandaan komen.

Druk op elk moment op U om hem te tonen of te verbergen, met welk gereedschap je ook werkt.

Op U drukken bij een dierenportret dat van een foto is omgezet: de foto verschijnt op 75% over het patroon en verdwijnt dan weer

Ik wil…

Ik wil…Probeer
Omtrekken overtrekken op een leeg patroonOnder de steken, dekking rond 40–60%, en dan Vergrendelen
Zien waar mijn patroon afwijkt van de fotoBoven de steken, onder het raster, en zet U aan en uit
Vakjes tellen ten opzichte van de afbeeldingHoud de afbeelding onder het raster, zodat de rasterlijnen bovenop blijven
Stiksteken uitlijnen op fijne detailsBoven de steken en het raster, onder de stiksteken, zodat je lijnen zichtbaar blijven
Het patroon dezelfde vorm geven als de afbeeldingPatroon aanpassen (zie De afbeelding uitlijnen)

De referentieafbeelding tonen

Druk op U of klik op Referentie in het gereedschap links.

  • Patroon gemaakt van een foto: die foto verschijnt meteen. Hij wordt bij het patroon bewaard.
  • Nog geen afbeelding: open het gereedschap Referentie en klik op Afbeelding om er een van je computer te kiezen.

De referentieafbeelding onthoudt of hij zichtbaar was, en al zijn instellingen, voor de volgende keer dat je het patroon opent.


Een andere afbeelding gebruiken

Open het menu Afbeelding in het gereedschap Referentie en kies Afbeelding wijzigen. De nieuwe afbeelding vervangt de oude voor dit patroon, en het patroon bewaart vanaf dat moment de nieuwe.

Handig als je wilt overtrekken van een andere foto dan de foto die je hebt omgezet, of als je met een leeg patroon bent begonnen.


De afbeelding uitlijnen

De afbeelding begint passend in het patroon. Wil je hem verplaatsen, open dan het gereedschap Referentie en sleep de afbeelding. Sleep een hoek om hem groter of kleiner te maken.

Het menu Positie plaatst hem voor je:

  • Passend: de hele afbeelding past binnen het patroon. Nadat je hem hebt versleept, staat hier Passend (opnieuw) en zet het hem terug.
  • Vullend: de afbeelding bedekt het hele patroon; de randen kunnen erbuiten vallen.
  • 1 px per steek: één pixel van de afbeelding per steek. Handig voor pixelart, waar elke pixel één steek moet zijn.

Heeft de afbeelding een andere vorm dan je patroon, dan past Patroon aanpassen het formaat van het patroon aan de verhoudingen van de afbeelding aan.

Staat hij waar je hem wilt hebben, klik dan op Vergrendelen. Slepen en de hoeken doen dan niets meer tot je hem ontgrendelt, zodat je kunt overtrekken zonder de afbeelding per ongeluk te verschuiven. Passend en Vullend werken ook als hij vergrendeld is.

Een tekening achter een leeg patroon van 100 × 100 met de hoekgrepen zichtbaar, en de optiebalk van Referentie met Positie en Vergrendelen

Lichter of sterker maken

Sleep Dekking om te kiezen hoe doorzichtig de afbeelding is, van 0% (onzichtbaar) tot 100% (dekkend). Hij begint op 75%.

Om over te trekken zie je bij ongeveer 40–60% de afbeelding en je steken tegelijk. Om kleuren te controleren, ga je hoger.

Voor en na: hetzelfde portretpatroon met de foto erboven op 30% en op 80%

Achter of voor de steken

Het menu Laag bepaalt waar de afbeelding komt:

  • Onder de steken: je steken blijven dekkend en de afbeelding is alleen in lege vakjes te zien. Het best om een afbeelding over te trekken op een leeg of half afgemaakt patroon.
  • Boven de steken, onder het raster (de standaard): de afbeelding ligt direct over je steken, zodat plekken waar het patroon afwijkt van het origineel opvallen. Het raster blijft bovenop om te tellen.
  • Boven de steken en het raster: de afbeelding bedekt alles, het raster ook.
  • Boven de stiksteken: de afbeelding bedekt ook je stiksteken. Alleen te zien bij technieken met stiksteken; de optie hierboven heet dan Boven de steken en het raster, onder de stiksteken.
Voor en na: een half overgetrokken omtrek met de foto onder de steken, en hetzelfde beeld met de foto boven de steken

De referentieafbeelding verwijderen

Open het menu Afbeelding, kies Referentie verwijderen en bevestig. De afbeelding verdwijnt van het tekenvlak; je steken blijven onaangeroerd.

Het patroon bewaart de afbeelding, dus als je later op U drukt, komt hij terug.


Tips en valkuilen

  • U werkt vanuit elk gereedschap, zelfs halverwege het tekenen. Je hoeft het penseel niet los te laten om de foto te bekijken.
  • Vergrendel voordat je overtrekt. Zo verschuif je de afbeelding niet halverwege.
  • Hij wordt nooit afgedrukt. PDF- en afbeeldingsexports laten de referentieafbeelding weg, wat de instellingen ook zijn.
  • De instellingen horen bij het patroon. Dekking, laag, plaatsing en vergrendeling worden bewaard, zodat je elk patroon anders kunt instellen.
  • Wazig als je inzoomt? De bewaarde kopie is kleiner dan de originele foto, dus bij heel grote patronen kan hij er zacht uitzien.